is toegevoegd aan uw favorieten.

De strijd over het dogma in den Islâm tot op el-Ashʹari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legt den mensch niet meer op dan hij dragen kan. Hij zendt ons geene rampen toe, tenzij wij ze door onze zonden verdiend hebben. Wij zien dikwijls voor rampen aan, wat in werkelijkheid geene zijn, evenals de bittere artsenijen van den geneesheer eene heilzame werking beoogen. Zoo is er geen ander lijden dan straf-of tuchtigings-lijden, want meermalen worden ons rampen toegezonden, die ten doel

hebben ons tot het goede op te wekken. (Ar. o>- ^ J, dat als zoodanig kunstterm is en in geen anderen zin mag worden opgevat). Eindelijk zullen bij het laatste oordeel de goede daden, tegen de slechte worden afgewogen en de mensch worden beloond of bestraft, naarmate de balans meer ten voordeele van deze of gene overslaat. Sommigen beweerden daarenboven, dat het God vrijstond iemand onschuldig te doen lijden, maar dat hij daarvoor schadeloosstelling (u»yt) zou ontvangen, zoo mogelijk reeds hier op aarde. Wil men een levendigen indruk krijgen van den ernst, waarmede de Motazelieten al deze zaken beweerden, dan leze men na, hoe angstig en minutieus zij alles hebben zoeken te bepalen, hetgeen ik slechts even heb aangeduid. Er mocht den mensch geen haar van zijn hoofu vallen, zoo hij het niet had verdiend en het niet kon strekken om hem tot het goede op te wekken. Niettegenstaande de kleinheid, die daarin soms doorstraalt, brengen wij hulde aan de mannen, die een zoo diep besef toonden te hebben van hetgeen eene onkreukbare gerechtigheid eischt!).

Ziedaar dan het ééne groote denkbeeld, dat den loop der

l) Mozes Maimonides vergelijkt huu gevoelen met dat vau Bildad in het boek Job Hfdst. VIII, 6. 7. Vg. Munk's uitgave. III, 178.