is toegevoegd aan uw favorieten.

De strijd over het dogma in den Islâm tot op el-Ashʹari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereldsche zaken bestuurt; alles wat den mensch overkomt slechts het uitvloeisel van ééne en dezelfde wet van billijkheid, goedheid en rechtvaardigheid. Doch hoezeer de Motazelietische geleerden zich ook verdiepten in hunne bespiegelingen, hier waar deze in zoo nauwe betrekking stonden tot de werkelijkheid kon de laatste hun niet verborgen blijven. Doch het was hun ernst met hunne theorie; zij hebben de moeilijkheden, die de ervaring daaraan in den weg lag, moedig onder de oogen gezien. Is het tegenwoordig vrij wel gewoon, dat men die bezwaren onoverkomelijk acht, de Motazelieten waren niet zoo onredelijk, dat zij van God eischten, dat het leven als t ware eene voortdurende feestviering moest zijn. Men zal zich dan misschien ook verwonderen, dat er maar vier zaken waren, die in hunne oogen met hunne theorie streden. Deze zijn 1» het groot aantal ongeloovigen, die eeuwig verdoemd zijn, ofschoon men van de Hoogste Goedheid mocht verwachten, daar Hem de macht daartoe geenszins ontbrak, dat ook zij behouden zouden worden. 2° het lijden van .kinderen, die nog niet tot redelijk inzicht zijn gekomen, 3° dat van krankzinnigen en bezetenen, 4° dat der dieren.

Op het eerste bezwaar antwoordde Bishr ibno- 1-Ho tamir '), dat men de Goedheid Gods nooit zóó zou kunnen bepalen, of er liet zich nog iets beters denken. Men moest derhalve tevreden zijn, zoo God aan allen Zijn wil bekend maakte en hun alle voorwendselen tot ongeloof ontnam. De vrije wil stelde dan de ongeloovigen in staat zichzelven te redden; deden zij het niet, dan hadden zij allerminst te klagen over Gods gerechtigheid. Anderen, zooals Tho-

1) Shabr. 45. H. I. 67.