Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd volkenrecht, het oude woord voor vreemdeling was: hostis, zooals de wet der XII Tafelen zegt: « status dies cum hoste » en « adversus hostem aeterna auctoritas», alleen bestond er een jus feciale, dat zekere plechtigheden eischte voor het verklaren van een «justum piumque duellum», de feciales gaven hierdoor eene godsdienstige wijding aan den oorlog. Later toen de macht van Rome tot eene wereldheerschappij was uitgebreid, ontstond er een humaan vreemdelingenrecht voor de staten die tot het verkeer waren toegelaten ('), eene soort van comitas juris gentium, zonder dat die staten evenwel door de Romeinen volkomen als zelfstandige rechtspersonen werden beschouwd. Wel spreekt Cicero van eene «societas universi generis humani», (2) maar hoe weinig algemeen deze erkend werd, kan blijken uit 1. 5 § 2 D. De captivis (49:15). (3)

Dat beslissing van internationale geschillen door het recht, boven den oorlog te verkiezen is, zagen echter ook reeds sommige Romeinen in. Cicero zegt o. a.: «Nam quum sint duo genera decertandi, unum per disceptationem, alterum per vim, quumque illud proprium sit hominis, hoe belluarum, confugiendum est ad posterius, si uti non licet superiore.» (4) Er zijn dan ook eenige voorbeelden van arbitrale uitspraken in geschillen tusschen Italiaansche staten. (5)

(1) Wheaton, t. a. p. I. : 17 v. A. W. Hefeter, Das Enropaische Völkerrecht. 5e Aufl. Berlin 1867, § 6.

(2) Cicero, De Otticiis I. c., 16, § 50.

(3) Vgl. G. de Wal, Inleiding tot de wetenschap van het Europesche Volkenregt, uitg. door C. Star Numan. Gron. 1835, p. 138 v.

(4) Cic., DeOff. I. c., 11, § 34, vgl. Terentiüs, Eunuchns Act. IV sc., 7, v. 19.

(5) Cic., De Off. I. c., 10, § 33, Livius, Hist. III, 71, Pierantoni, t. a p. b. 68 v.

Sluiten