Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dc natuurlijke wereld — en voor honderden zijn ze meer werkelijk. Maar indien iemand vroeg te bewijzen, dat de geestelijke wereld kan onderkend worden door haar eigenaardige krachten en vermogens, zou men juist hetzelfde doen, als iemand, die het bewijs wil gaan leveren, dat dc natuurlijke wereld kenbaar is voor onze zintuigen — en hij zou het doen met even goed, of even slecht gevolg. Aan weerszijden zou men vermoedelijk bevinden, dat de werkelijkheid van het feit niet vatbaar is voor bewijs, maar in 't eene geval niet meer dan in 't andere. Vroeg iemand, dat men het bestaan van 't Geestelijke Leven zou bewijzen, men zou dit op dezelfde wijze beproeven, als waarop men 't bestaan van het Natuurlijke Leven tracht te bewijzen. En misschien zou het beproefd worden met nog meerder hoop van slagen. .Maar dit behoort niet rechtstreeks tot het programma. De wetenschap houdt alleen rekening met erkende feiten; en als wij zekere erkende feiten uit de geestelijke wereld waarnemen, dan gaan wij er toe over, hen te rangschikken, hun wetten te ontdekken, en te onderzoeken, of zij kunnen worden uitgedrukt „in dezelfde termen als al ons overig weten."

1 erwijl wij alzoo geen wijsgeerig bewijs trachten te leveren voor 't bestaan van het geestelijk leven en van een geestelijke wereld, zijn wij inmiddels niet zonder de hoop, dat de algemeene gedachtenlijn, hier aan hen kan te stade komen die eerlijk 111 deze richting zoeken. Het struikelblok voor de meeste gemoederen is misschien minder het bestaan zelf van het ongeziene, dan 't gebrek aan juiste bepaling, de oogenschijnlijk hopelooze vaagheid, en niet het minst, het welgevallen in die vaagheid als zoodanig bij velen, die dit aanmerken als kenschetsend voor de geestelijke dingen. Het zal althans iets wezen, wanneer men tot ernstige denkers zeggen kan, dat de geestelijke wereld niet een kasteel in de lucht is, of een gewrocht eener bouwkunst, onbekend in hemel en op aarde, maar een schoon ingericht huis, voorzien van vele ons allen bekende dingen, en bestuurd door ons niet vreemde wetten.

Het is nauwelijks uoodig, hetgeen wij aan helderheid winnen, hier onder een afzonderlijk hoofd met eenigen ophef te vermelden. De geestelijke wereld gelijk zij daar staat, is in vele raadselen gehuld. Wie hier niet twijfelen wil, moet maar niet

Sluiten