Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hier zijn geen twee wetten — hier is ééne Biogenesis. Ter eener zijde staat de wet in betrekking met stof — aan de andere zijde met geest. De hoedanigheidsnamen van natuurlijk en geestelijk maken geen verschil. Biogenesis is de wet voor alle leven, en voor alle soorten van leven ; en de bijzondere zelfstandigheid, waarmeê zij verbonden is, is voor de Biogenesis even onverschillig als zij het is voor de z\v aarteki acht. De zwaartekracht zal werken, hetzij de voorwerpen zonnen of starren zijn, regendroppelen of zandkorrels. Ln evenzoo zal de Biogenesis werken, overal waar slechts leven is.

De slotsom, waartoe wij komen met het oog op de natuur der wet in 't algemeen, en op den aard van 't beginsel der continuïteit in 't bijzonder, is deze, dat de wetten van het natuurlijke leven dezelfde moeten zijn als die van het geestelijke leven. Dit sluit echter de mogelijkheid niet buiten, dat inde geestelijke wereld nieuwe wetten zich met de oude verbinden ; en er volgt niet uit, dat de hier geldende wetten altijd duidelijk moeten en kunnen aangewezen worden in de geestelijke wereld. Wij beweren eenvoudig, dat, wat ook elders moge aangetroffen worden, die wetten ook hier moeten worden aangetroffen ; dat zij daar moeten zijn, ofschoon zij hier wellicht niet worden gezien ; en dat zij ook verder nog haar kracht zullen oefenen, indien daar iets dat verder ligt, ooit wordt aangetroffen. Is de wet der continuïteit waar, dan is de eenige weg, om aan de konkluzie te ontkomen, dat de wetten van het natuurlijke leven ook de wetten zijn, of althans moeten zijn van het geestelijk leven, te beweren, dat er geen geestelijk leven is. Het valt inderdaad gemakkelijker de verschijnselen prijs te geven dan de wet.

Twee vragen blijven nu ter verdere overweging over. De eene geldt de mogelijkheid, dat er op geestelijk gebied nieuwe wetten bestaan; de tweede vraag geldt de veronderstelde onzichtbaarheid of het onwaarneembare van de oude wetten, wat betreft haar ondergeschiktheid aan de nieuwe wetten.

Laat ons beginnen met toe te stemmen, dat er nieuwe wetten kunnen zijn. Men zou dan allereerst 'kunnen aanvoeren, dat indien wij, in 't algemeen, in de natuur nieuwe wetten aantreffen, zoodra wij van een lager tot een hcoger

Sluiten