Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onaangevochten, dat de zichtbare wereld zich heeft ontwikkeld uit de ongeziene. Behalve op het algemeen bewijs, ontleend aan de wet der continuïteit, beroept men zich hier allereerst op het feit door Herschel en Clerk-Maxwell in het licht gesteld, dat de atomen, waaruit de zichtbare wereld is opgebouwd, de duidelijke sporen vertoonen van werkelijk gemaakt te zijn; en, ten tweede, wordt het ontstaan van t zichtbaar heelal in den tijd afgeleid uit de bekende feiten, die in verband staan met het teloor gaan van energie. Met het trapsgewijze toenemen van de massa stof verdwijnt langzamerhand de energie, en dit verlies van energie moet voortgaan totdat er niets meer overblijft Er moet dus een oogenblik komen, waarop de energie van 't heelal een einde neemt, en hetgeen zijn einde vindt in den tijd, kan niet oneindig wezen, en moet derhalve ook een begin hebben gehad in den tijd. Dus het ongeziene bestond vóór het geziene.

I e recht is gezegd '): „De fyzische eigenschappen der stof vormen het alfabeth, ons door God in handen gegeven, welks studie, indien zij goed wordt geleid, ons in staat zal stellen volmaakter het groote boek te lezen en te begrijpen, dat wij ., t heelal noemen. Maar (wat meer zegt) de natuurwetten zullen ons in staat stellen, om dat groote duplikaat te lezen, dat wij het „ongezien Heelal" noemen, en er in vollediger harmonie aan te denken en meê te leven. De ware grootheid van de wet ligt in haar schouwen van het ongeziene. De wet in het zienlijke is het onzichtbare in iiet zienlijke. En wie spreekt van wetten als natuurlijk, omschrijft ze in haar toepassing op een deel van het heelal, het deel dat onder 't bereik der zintuigen valt, terwijl een uitgestrekter blik er ons toe brengen zou, om elke wet te beschouwen als geestelijk. Wie i de natuurwetten verheerlijkt, als wetten van deze onze kleine ' wereld, beziet het heelal met zeer bekrompen blik. De wet is groot, niet omdat de wereld der verschijnselen groot is, maar omdat deze voor het oog verdwijnende lijnen de toegangen zijn tot de eeuwige orde. ,,'t Is minder eerbiedig het heelal te beschouwen als een onafzienbare weg, weike ons leidt tot God, dan er op neêr te zien als op een begrensde renbaan, omgeven door een ondoordringbare muur, welke, indien wij haar konden door-

') Unseen Universe, 6th. Ed. p. 235.

Drummond. Natuurwetten. ,

Sluiten