Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paralel bekend in de natuur voor de hier bedoelde geestelijke verschijnselen. Maar nu is de zaak veranderd. Nu de Biogenesis verheven is tot den rang van een wetenschappelijk feit, nu zijn alle vraagstukken, die betrekking hebben op den oorsprong van het leven, op een anderen bodem geplaatst. En t is nu de vraag, of de godsdienst niet op eenmaal zijn argumenten kan herscheppen en op nieuw staven, in het licht van deze moderne waarheid.

Kan de leer der spontane generatie van het geestelijke leven op wetenschappelijke gronden niet gestaafd worden, dan zal hieiuit de aftocht volgen van een der geduchtste vijanden, waarmeê het Christendom tot den dag van heden te kampen heeft gehad, in eigen boezem. Christus' godsdienst heeft waarschijnlijk ten allen tijde meer te lijden gehad van hen, die hem verkeerd begrepen, dan van hen, die hem wederstaan hebben. Hoevelen onder de groote menigte, die op dit oogenblik 't Christendom belijden, vatten duidelijk het kardinale onderscheid door Jezus Christus gemaakt tusschen „uit het vleesch geboren," en „uit den Geest geboren ? Door hoeveel christen-leeraars wordt die zoo voorname eisch standvastig geloochend ? Op duizend kansels wordt ook heden ten< dage iedere week de leer der spontane generatie verkondigd. De fraaiste en beste nieuwere dichtkunde huldigt dezelfde dwaling. Spontane generatie, dat is de toongevende theologie van de huidige godsdienstige of ongodsdienstige romans; en niet weinige ernstige en beschaafde geschriften van onzen tijd wijden zich aan de verkondiging van dit onmogelijk evangelie. De algemeen heerschende voorstelling van den Christelijken godsdienst — in één woord — is gegrond op een meening betreffende zijn oorsprong, die, indien ze gegrond ware, het geheele verdere schema omver werpen zou.

Laat ons allereerst levendig de twee groote rijken der natuur, het anorganische en het organische, zooals zij nu daar ^taan in het licht der Biogenesis, ons voor den geest roepen. ^ at wil het eigenlijk zeggen, en wat vloeit er uit voort als w ij zeggen, dat er geen spontane generatie van 't leven is ? Men bedoelt er meê, dat de overgang van de minerale wereld tot de wereld der planten of dieren van de minerale zijde

Sluiten