Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hermetisch is gesloten. Die anorganische wereld is voor de levende wereld afgesloten door poorten, welke tot heden aan de binnenzijde nooit zijn weggeschoven geworden. Geen verandering van substantie, geen wijziging van dampkring, geen chemisch proces, geen electriciteit, geen werking of invloed, hoegenaamd, geen evolutie, onverschillig welke, kan een atoom uit de anorganische wereld eenig attribuut meêdeelen van het leven. Alleen dan, als een of andere levensvorm afdaalt, of neergelaten wordt in die doode wereld, kunnen deze levenlooze atomen de eigenschappen verwerven der levenskracht, en zonder deze voorafgaande aanraking van het leven blijven z'j gekluisterd in de sfeer van het anorganische voor altijd.

't Is een zeer geheimzinnige wet, welke aan deze zijde de voorportalen bewaakt van de levende wereld. En indien er één ding in de natuur bestaat, dat meer verdient om zijn zonderling karakter onze verbazing te wekken, dan is 't het schouwspel van deze uitgebreide hulpelooze wereld van den dood, gesloten buiten het leven door de wet der Biogenesis, en waaraan de mogelijkheid eener opstanding uit eigen kracht voor altoos is ontzegd. Zulk een zonderling iets is, inderdaad, deze breede lijn in de natuur, dat de wetenschap lang en nadrukkelijk getracht heeft haar uit te wisschen. De Biogenesis stond aan sommige ontwikkelingsvormen zóó hardnekkig in den weg, dat de aanvallen op die wet in getal en volharding hun wederga niet hebben. Maar zij heeft, zooals wij zagen, de proef doorgestaan. De fyzische wetten mogen de anorganische wereld verklaren : de biologische zijn alleen van toepassing op de ontwikkeling van het organische. Maar van het punt, waar zij samentreffen, van dat vreemde grensgebied tusschen het doode en het levende, zwijgt de wetenschap ten eenenmale. Het is, alsof God alle dingen in den hemel en op aarde heeft gegeven in de handen der natuur, maar één punt, dat waar het leven ontkiemt, heeft gehouden in zijn eigene hand.

De indruk dien de analogie, welke grondslagen wij hier bezig zijn te leggen, op ons gemoed teweeg bracht, hangt grootendeels af van de meerdere of mindere levendigheid, waarmee wij ons de klove voorstellen, welke de natuur heeft geplaatst tusschen het doode en het levende. Maar zij, die bij het gadeslaan der natuur geboeid werden door die buitengewone

Sluiten