Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheidingslijn, die het zichtbaar heelal deelt in tweeen ; zij, die bij het gadeslaan van den vooruitgang der wetenschap de eene scheidsmuur na de andere zagen wegvallen — scheidsmuren tusschen plant en plant, tusschen dier en dier en zelfs tusschen dier en plant — maar die kloof telkens breeder en breeder zagen gapen bij elke vooruitgang der wetenschap, zij zullen er op voorbereid zijn aan de wet der biogenesis en hare analogiën een dieper zin te hechten, dan aan eenig ander feit of eenige wet in de natuur. Indien, zooals Pascal zegt, de natuur een beeld is der genade; indien de dingen, die gezien worden eenigermate de beelden zijn van het niet-geziene, dan moet er in de groote, diepe klove, in dit éénige en meest verbazingwekkendste van alle natuurverschijnselen iets verscholen liggen van bijzonder aanbelang.

Waar nu zullen wij in de geestelijke sfeeren een verschijnsel aantreffen, dat naast het genoemde kan gesteld worden ? Wat zal in het niet-geziene vergeleken worden met deze diepgaande scheidingslijn, of waar kan menschelijke ervaring een andere scheidsmuur aanwijzen, die nooit kan worden omver geworpen ?

Daar is zulk een scheidsmuur. In de duistere, maar niet ongelijksoortige geestelijke wereld, zooals Gods Woord ze ons te zien geeft, wordt ons oog allereerst getroffen door een groote, breede klove. De overgang van de natuurlijke tot de geestelijke wereld is aan de natuurlijke zijde hermetisch gesloten. De deur die van het anorganische tot het organische leidt, is gesloten ; geen mineraal kan haar openen ; evenzoo is de deur tusschen het natuurlijke en geestelijke gesloten, en niemand kan haar openen. Deze wereld van natuurlijke menschen is van de geestelijke afgescheiden door muren, welke men van gindsche zijde nooit kan wegruimen. Geen organische verandering, geen wijziging van omgeving, geen inspanning des verstands, geen zedelijk pogen, geen ontwikkeling van 't karakter, geen toeneming in beschaving kan een menschenhart in één enkel opzicht geestelijk leven schenken. De geestelijke wereld wordt van de wereld, die in rang op haar volgt, gescheiden door een wet der biogenesis: „t enz ij dan dat iemand wederom geboren worde uit water en Geest, hij kan het Koninkrijk Gods niet ingaa n."

Er wordt niet gezegd, dat indien de voorwaarde in deze

Sluiten