Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de natuur kan de discussie niet aanvangen met een aanvoeren van al het materiaal. Beweerde de wetenschap, dat zij dit wel kan, dan zou de godgeleerde thans zich bij die wetenschap moeten aansluiten. Want een wetenschap, die zulk een eisch stelt, is ontrouw aan de stellingen der biogenesis. Wat is zulks anders dan de eisch, dat een lager wereld, hermetisch afgesloten van een hooger wereld, een grondige en redelijke kennis hebben zou van haar verschijnselen en wetten ? Kan een mineraal met mij van gedachten wisselen over dierlijk leven ? Kan 't mij mededeelen, wat ligt buiten den engen kring van zijn traag en werkeloos bestaan ? Daar het van niets weet dan van de schei- en natuurkundige wetten, wat zou zijn oordeel beteekenen over de beginselen dér Levensleer? En zelfs, indien iets uit de hooger wereld, bijv. een wortel van een levenden boom, doordringend tot het donker gebied van het delfstoffenrijk, het vereert met zijn aanraking, zal het er een vermoeden van hebben dat het op de gedaante en ontwikkeling van dien wortel grooten invloed heeft, of zelfs weten, dat het er door werd aangeroerd ? De muur, die de beide rijken van elkander scheidt, houdt zoowel 't verstand als de stof gevangen. Eenige kennis betreffende de Rijken, die er boven liggen, kan de mineralen-wereld alleen ontvangen door mededeeling van boven. Een analogie met de lagere wereld moge zulk een mededeeling zoowel begrijpelijk als aannemelijk maken — maar de mededeeling moet in de allereerste plaats worden aanvaard als een openbaring. En zoo ook, indien zij die verkeeren in 't anorganische Rijk, iets weten aangaande de geestelijke wereld, moet hun kennis althans een aanvang nemen als openbaring. Zij, die deze bron voor 't ontvangen van kennis versmaden, kunnen er, naar de wet der biogenesis, geen andere hebben, 't Is geen betoovering der onwetendheid, welke men willekeurig vallen deed op een aantal leden van het organische rijk, en die hen verhindert de geheimen te lezen van de geestelijke wereld, 't Is een wetenschappelijke noodzakelijkheid. Geen voorstelling van dit geval kan meer wetenschappelijk zijn dan deze: „De natuurlijke mensch verstaat niet de dingen, die des Geestes Gods zijn ; want ze zijn hem dwaasheid; en hij kan ze n i e t v e r s t a a n,

Sluiten