Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

planten-leven wordt niet bewaard in een reservoir ergens in den dampkring, en op zekere tijden en getijden spaarzamenlijk uitgemeten en toebedeeld. Het leven is in elke plant en in eiken boom, 't is in aller zelfstandigheid, en in aller weefsel, en blijft daar totdat het sterft. Deze plaatselijke indeeling van het leven in het individu is juist het punt, waarin de levenskracht verschilt van de andere natuurkrachten, als bijv. het magnetisme en de electriciteit. De levenskracht heeft met die krachten veel gemeen, maar er is tusschen haar één onmiskenbaar en onschendbaar verschil. Het leven is voortdurend verbonden met, en geworteld in het organisme. De leer van het behoud of de omzetting van kracht geldt niet voor de wet der levenskracht. Door electriciteit kan men een ijzeren staaf ontdoen van alle magnetische invloeden, d. w. z. men kan haar magnetisch vermogen omzetten in iets anders — hitte, beweging, of licht — en dan deze weêr omzetten in magnetische kracht. Immers heeft magnetisme geen wortel, geen individualiteit, geen bepaalde woonplaats. Maar de bioloog kan geen plant of dier berooven van 't leven, om dan het leven terug te doen keeren. Het leven is niet een dier krachten zonder huisvesting, welke onder en met elkander de ruimte bewonen, of welke men als electriciteit kan afleiden uit de wolken, en weêr terug doen keeren tot de ruimte, 't Leven is op bepaalde plaatsen aanwezig en blijft er; en 't geestelijk leven is niet een bezoek van een kracht, maar een gevestigd inwoner in het binnenste des menschen.

Dat is, echter, de derde zaak, welke uit de bovenvermelde uitspraken voortvloeit. Zij is deze: het geestelijk leven is niet een gewone vorm voor een werking of een kracht. De analogie met de natuur doet dit vermoeden, maar hier begeeft ons de natuur. Zij kan niet zeggen, wat geestelijk leven is. Zelfs blijft verborgen wat natuurlijk leven is, en het woord leven gaat nog steeds rond op de erve der wetenschap, zonder dat nauwkeurig werd bepaald wat het eigenlijk is. — Daarom zwijgt de natuur over dit punt, en moet dat ook doen ten opzichte van het geestelijke leven. Maar bij 't gemis van 't natuurlijk licht nemen wij onze toevlucht tot die aanvullende openbaring, welke altijd schijnt, als er be-

Sluiten