Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ten derde, dat het zich trapsgewijze zal ontwikkelen. Omtrent twee van deze punten kan weinig verschil bestaan. Het trapsgewijze in den groei is een kenmerk, dat den eenvoudigsten beschouwer verbaast. Lang voordat het woord Evolutie algemeen was geworden, paste Christus het begrip toe, toen hij van deze volgorde gewaagde: „Eerst het kruid, dan de aar, dan het koren in de aar." Voor hen, die de parabelen in de natuur bestudeeren, is 't zonneklaar, dat hoe hooger wij komen op de schaal van 't leven, hoe langzamer daar de groei is. Hoe hooger levensvorm, hoe trager groei. De mensch bereikt zijn wasdom eerst na een reeks van jaren ; de monade loopt haar levenskring af in één enkelen dag. Wat wonder, indien de ontwikkeling langzaam is in een schepsel, dat de eeuwigheid vóór zich heeft ? Somtijds gaat de zon van eens Christens leven onder, eer een kritische wereld nog de aar heeft gezien in het koren. Maar wie bepaalt den tijd, waarin het koren rijp is om geoogst te worden ?

Voeg daarbij, dat de groei evenzeer verborgen is als langzaam, 't Leven is onzichtbaar. Het nieuwe leven, dat zich vertoont, is steeds een verrassing. „G ij weet niet, vanwaar het komt, noch waar het henen g a a t." Indien een plant leeft, vanwaar komt haar leven ? Als zij sterft,

waar gaat het heen ? „G ij w e e t n i e t alzoo is een

i e g e 1 ij k, die uit den Geest wordt geboren. Want het k o n i n k r ij k Gods komt niet met uiterlijk gelaat.

Voorts, hoe lang en hoe zonderling men er ook over geredetwist moge hebben — dit leven komt plotseling. Dit is de eenige weg, waar langs het leven komen kan. 't Leven kan niet trapsgewijze komen; gezondheid, vaster samenvoeging der deelen kunnen dat, maar niet het leven. Een nieuwerwetsche theologie heeft zich vroolijk gemaakt over de leer der bekeering. Een plotselinge bekeering vooral is bespot als in strijd met de wijsbegeerte, en onmogelijk voor de menschelijke natuur. Wij hebben er geen belang bij en geen plan op, om eenige theologie voor te spreken, omdat zij oud is. Maar wij vinden die oude theologie wetenschappelijk. Daar kunnen gevallen zijn, — zij maken misschien wel de meerderheid uit — waarin het oogenblik van aanraking met den levenden

Sluiten