Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voort geheel in haar eigen weg ; en ofschoon de slachtoffers er volmaakt onbewust van zijn, dat dit alles plaats grijpt, zoo is het toch openbaar voor ieder, die zelfs het natuurlijk verloop der zaak gadeslaat, dat het einde van dit alles „de dood" is. Wanneer wij een man zien vallen van een huis, vijf verdiepingen hoog, zeggen wij : die man komt om. Wij zeggen dat, eer hij nog een voet hoog gevallen is : want hetzelfde beginsel, dat hem een voet vallen deed, zal ook maken, dat hij ontwijfelbaar de geheele hoogte langs valt — van tachtig of negentig voet. Zoo is hij dan een man des doods, of een verloren man van meet af, dat hij valt. De zwaartekracht der zonde in een menschelijke ziel werkt juist op dezelfde wijs. Trapsgewijze, met toenemend gewicht, doet zij een mensch zinken, al dieper en dieper, van God en gerechtigheid, en doet hem aankomen, blootelijk door de kracht van een natuurwet, in de hel van een verwaarloosd leven.

Maar deze leering wordt niet minder duidelijk uit de analogie. Afgezien nog van de wet der verwording, afgezien nog van het terugvallen tot de type, — daar is in ieder organisme een wet des doods. Wij zijn gewoon 't ons voor te stellen alsof de natuur vol leven ware. In de werkelijkheid is zij echter vol van de macht en de werking des doods. Men kan niet zeggen, dat de natuur een plant bestemd heeft om te leven. Onderzoek haar aard volkomen, en gij zult moeten toestemmen, dat haar natuurlijke neiging is, te sterven. Zij wordt er tegen gevrijwaard door een bloot tijdelijke kracht, welke haar een voorbijgaande heerschappij geeft over de elementen, — een vermogen, om voor een korte pooze van regen, zonneschijn en lucht partij te trekken. Neem dit tijdelijke vermogen van haar weg, en haar ware natuur zal zich vertoonen. In plaats van de natuur te overheerschen, wordt zij overheerscht. Dezelfde zaken, die schenen mee te werken tot haar groei en bloei, keeren zich nu tegen haar, en maken dat zij vervalt en sterft. De zon, die haar koesterde, verzengt haar; de lucht en regen, die haar voedden, doen haar vergaan. Het zijn dezelfde krachten, welke wij verbinden aan het denkbeeld van leven, welke, als haar ware aard wordt ontdekt, bevonden worden de echte dienaressen te zijn van den dood.

Sluiten