Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze wet, geldende voor de geheele plantenwereld, is evenzeer van kracht voor dieren en menschen. Lucht is geen leven maar bederf — en wel zóó in den vollen zin bederf, dat het eenige middel, om bederf te weren, wanneer het leven is geweken, bestaat in het buiten sluiten van de lucht, 't Leven is niet anders dan een tijdelijk opheffen van deze vernielende krachten ; en een der nauwkeurigste bepalingen van hetgeen leven is, welke wij tot heden kennen, luidt aldus : „de totale som van de werkingen, die aan den dood weerstand bieden."

Op gelijke wijs is het geestelijk leven de totale som van werkingen, welke weerstand bieden aan de zonde. De atmosfeer onzer ziel is de dagelijksche gang der dingen, de omstandigheden en verzoekingen der wereld. En gelijk het alleen het leven is, dat aan de plant kracht geeft, om gebruik te maken en partij te trekken van de elementen, en gelijk, zonder 't leven, de verhouding juist wordt omgekeerd — zoo is 't ook het geestelijke leven alleen, dat aan de ziel kracht geeft om van verzoeking en beproeving partij te trekken, terwijl zij de ziel, waarin geen geestelijk leven is, verwoesten. Hoe zullen wij ontkomen, indien wij weigeren deze werkingen te verrichten, met andere woorden, indien wij ons zeiven verwaarloozen ?

En dit vernietigings-proces, laat ons hier wel op letten, volbrengt zijn loop geheel onafhankelijk van Gods oordeel over de zonde. Dat oordeel is een ander en verschrikkelijker feit, waarvan, hetgeen wij in dit hoofdstuk bespreken, een gedeelte kan genoemd worden. Maar het is een zaak die op zich zelf staat en als zoodanig kan worden beschouwd, dat volgens zuiver-natuurlijke beginselen de ziel, die aan zich zelf

wordt overgelaten, onbewaakt, onverzorgd, niet verlost

verzinken moet in den dood krachtens haar eigen aard. De ziel, die zondigt, „zal sterven.'' Zij zal sterven, niet uit dien hoofde alleen omdat God het vonnis des doods over haar voltrekt, maar omdat zij niet anders kan dan sterven. Zij heeft de werkingen, die den dood keeren verwaarloosd, en is altijd stervende geweest. De straf is gegeven met, gelegen in haar eigen natuur, en het vonnis wordt trapsgewijze voltrokken heel den levensweg lang, door gewone verschijnselen, welke het uitgesproken vonnis bekrachtigen met de ontzettende onbuigzaamheid der wet.

Sluiten