Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

organisme en de geestelijke omgeving. Deze uitdrukking eischt kennelijk eenige nadere toelichting. „Dood" is een betrekkelijke uitdrukking. En voordat wij kunnen zeggen wat ..dood" is in de geestelijke wereld, moeten wij de bijzondere betrekking m 't oog houden, ten welken opzichte de uitdrukking hier is gebezigd. Wij zullen den aard van die betrekkin"het best begrijpen, indien wij eerst een oogenblik letten op hetgeen, geheel in 't algemeen, „omgeving" is. Door natuurlijke omgeving bedoelen wij al wat den natuurlijken mensch omringt, die geheele uitwendige wereld, waarin hij leeft, zich beweegt en is. In 't begrip ligt niet van zelf opgesloten, hlJ. óf met het geheel, öf met een deel dier omgeving in onmiddellijke gemeenschap verkeert. Zij i s er, hetzij hij gemeenschap met haar oefent of het niet doet. Daar is feitelijk een omgeving, waarvan men zich bewust is, en eene waarvan men zich niet bewust is; en men moet nooit vergeten' dat de geheele omgeving niet die is, waarvan men zich bewust werd.

Al wat hem omgeeft, hetzij wij er ons van bewust zijn of niet. vormt onze omgeving. De maan en de sterren behooren er toe, ofschoon wij ze bij dag niet zien. De poolstreken zijn er een deel van, ofschoon wij er zelden iets van gewaar worden. In zijn wijdsten omvang beteekent omgeving eenvoudig alles wat buiten ons bestaat.

Nu zal het allereerst wel duidelijk zijn, dat verschillende organismen met die omgeving in gemeenschap staan in verschillende trappen van volkomenheid of onvolkomenheid. Op den laagsten trap van de biologische ladder vinden wij organismen, welke slechts de meest beperkte correspondentie hebben met hun omgeving. Een boom b.v. staat in gemeenschap met den bodem rondom zijn stam, met het zonnelicht, en met de lucht waarin zijn bladeren zich uitstrekken. Maar oor zijn betrekkelijk geringe ontwikkeling is hij gesloten buiten de geheele wereld, waartoe hoogere levensvormen toegang hebben. Reeds de omstandigheid, dat hij nooit zijn piaats verlaat, beperkt niet weinig zijn kring van gemeenschap, zoodat hij voor een groot gedeelte van de hem omringende natuur inderdaad gezegd kan worden dood te wezen. In zooverre als er sprake is van bewustheid, zouden

Sluiten