Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

theologie, een verheven en volheerlijken God. Ik bedoel hier den mensch, die in een God gelooft, die zich zelf gevoelt in de tegenwoordigheid van een macht, welke van hem onderscheiden is, cn onmetelijk verre boven hem staat; een macht, in welker beschouwing hij zich zelf verliest, in welker kennis hij zich veilig en gelukkig gevoelt. En dit is nu de Natuur voor den wetenschappelijken mensch". ') Wij wagen 't hierbij op te merken, dat de Natuur dit slechts voor zeer weinigen is. Hun eigen bekentenis getuigt hier tegen. Dat zij in die beschouwingen verzonken zijn, kunnen wij wel aannemen. Dat zij in de beschouwing van de natuur zich -eheel verdiepen en verliezen, kunnen wij wel gelooven. Dat zij „rust en zaligheid" vinden in de kennis van Hem is ook mogelijk — indien zij haar slechts bezaten. Maar dit is het nu juist, wat wij zeggen niet te bezitten. Wat zij loochenen, is niet het bestaan van God. Het is de betrekking, de gemeenschap met Hem. De bekentenis zelve, dat God niet kan gekend worden, is de ingewikkelde belijdenis van een omgeving, die boven hen staat, en met welke zij gevoelen nier in betrekking te staan. Juist dit gemis van betrekking maakt hun God tot den onbekenden God. En juist dit maakt, dat zij dood moeten heeten.

Wij hebben niet gezegd of van ter zijde beweerd, dat er een God der natuur, en dat er geen natuurlijke godsdienst zou zijn. Wij zijn integendeel ervan overtuigd, dat er een bestaat, en dat de godsdienst zonder natuur-godsdienst zeer onvolkomen zou zijn ; en dat zonder een God der natuur, de God deiOpenbaring slechts half kenbaar en slechts gedeeltelijk bekend wezen zou. God is niet beperkt tot den buitensten kring deiomgeving ; Hij leeft en beweegt zich in alles wat ons omringt. Zij, die Hem alleen zoeken in de verst afgelegen kringen van de ons omringende wereld, vinden Hem slechts ten deelc. De Christen, die God niet kent in de natuur, d. w. z. die niet in betrekking staat tot de geheele omgeving, is ongetwijfeld ten deelc dood. De schrijver van ,,Ecce Homo heeft tot op zekere hoogte gelijk, als hij zegt: „Ikvermoed, dat iemand, die „buiten staat", zeggen zou, dat ofschoon

') „Natural Religion", p. 19-

Sluiten