Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juist omgekeerd, zeer weinig. De absolute bijdrage, door de wetenschap geleverd, is zeer gering ; maar de bijdrage over haar geheel genomen is onmetelijk, en veel omvangrijker dan wij ons gemeenlijk voorstellen. Doch zonder de hulp der hoogere Openbaring zou deze aan verscheidenheid rijke en ver-reikende stem voor altijd gezwegen hebben. Het licht der natuur is, in 't beste geval, mat; h o e mat, dat kunnen wij bij het schrille schijnsel van ander Licht, dat wij laten vallen op onze moderne wereld, dan alleen zien, wanneei wij uit de stemmen van 't ver verleden hooren, hoe de heidenen hebben getast naar waarheid, wier eenig licht de natuur had ontstoken. Buitengemeen merkwaardig en treffend is wat deze heidenen vermochten, maar van nog meerbeteekenis en nog roerender is wat hun onmogelijk was. En dat was niet weinig. Wij hebben nu de wijsbegeerte niet van noode, om na te denken over het al- of niet toereikende van den natuurlijken godsdienst. Voor ons, die dit nimmer nauwkeurig konden afwegen in de schalen der waarheid, is die godsdienst, gewogen in de schaal der ervaring, te licht bevonden. Tot het theïsme kan men gemakkelijker dan eenigen anderen godsdienst komen, maar geen andere wordt bezwaarlijker gehandhaafd. Enkele individuen zijn er in staande gebleven — volken nimmer. Socrates en Aristoteles, Cicero en Epictetus beleden een theïstischen godsdienst, maar Griekenland en Rome deden het niet. En zelfs dan, als het theïsme een vaste plaats in 't gemoed der menschen heeft ingenomen, blijkt het nog gedurig, hoe wankel het staat. Ter eener zijde is het theïsme altijd vervallen tot het buitensporigst polytheïsme, ter anderer zijde tot het meest volslagen atheïsme.

,,'t Is een onloochenbaar feit, dat, buiten de sfeer van de bijzondere openbaring, de mensch nooit zulk een kennis \an God heeft bezeten, als een verantwoordelijk en godsdienstig wezen ontegenzeggelijk moet hebben. De wijsheid der heidenwereld, op haar best genomen, was tot het wekken van een noodzakelijken afkeer van de zonde, tot het beheerschen \an de hartstochten, tot het reinigen van het hart, en het veredelen van het gedrag niet bij machte".

Wat volgt hier nu uit? Dat dit schamele, twijfelachtige

Sluiten