Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

argument loopt uit op een ongerijmdheid. „Die gestolen heeft, stele niet mee r," is de eenige doenlijke, de eenige zedelijke, en de eenige wenschelijke weg. En al ware dit middel nu niet van toepassing op elk denkbaar geval — waar eenig deel van 's menschen zondig leven door onmidclellijken zelfmoord kan geëindigd worden, zou een langzame dood, gesteld dat hij mogelijk is, een gruwelijke wreedheid zijn. En toch dit hebben de menschen juist tegen deze plotselinge bekeering — die plotselinge verandering, dat beslist standhouden, dat voor altijd breken met het verleden, die overhaaste vlucht voor de zonde als een, die vliedt om ziins levens wil. De menschen zien voorbij, dat dit een vluchten om des levens wil is. Laat den armen gevangene wegijlen — zoo dwaas en zoo blind als hij schijnt, want de vreeze des doods is op hem. God weet hoe hem, als hij stil staat, de ketenen nog zullen omklemmen.

't Is een eigenaardigheid van den zondigen toestand, dat in den regel de menschen aan het kwaad verbonden zijn door één bepaalde betrekking (correspondentie). Weinige menschen schenden de geheele wet. Onze menschelijke natuur is, gehikkiglijk, niet zóó veel omvattend, dat wij al de geboden overtreden, en de beperkingen, welke de omstandigheden met zich brengen, zijn gewoonlijk van dien aard, dat zij in 't leven van één mensch slechts voor één zonde den loop vrij laten. Maar men ziet gemakkelijk in, hoe deze beperking van ons verkeer met het kwade tot één enkele betrekking, ons blind maakt voor onze werkelijke positie. Onze betrekkingen, in haar geheel genomen, zijn niet met het kwade, en in onze waardeering van onzen geestelijken toestand leggen wij veel meer den nadruk op de vele negatieve bestanddeelen dan op het ééne positieve. Onze kleine zwakheid, zoo meenen wij gaarne, moet ieder toegestaan worden, en wij eischen zelfs een zekere toegeeflijkheid voor die kennelijk natuurlijke noodzakelijkheid, welke wij onze overheerschende zonde noemen. Toch is voor velen het verbreken van de gemeenschap met de lagere omgeving in 't algemeen, hetzelfde als haar te verbreken op dit ééne punt. Het is 't eenige punt van beteekenis, waar zij haar raken, terwijl de omstandigheden of natuurlijke geaardheid eene voortdurende

Sluiten