Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of een volkomener ideaal aanbieden voor een eeuwig leven 3 Maar dit alles heeft betrekking op de qualiteit; en op hetzelfde oogenblik, waarin wij van quantiteit overgaan tot qualiteit, verlaten wij de erve der wetenschap. In het woordenboek der wetenschap is eeuwigheid slechts de fractie van een woord. Het beteekent daar iets, dat altijd voortduurt. Op godsdienstig gebied echter houdt de eeuwigheid geen rekening niet den tijd. In gemeenschap te treden niet den God der wetenschap, den Eeuwige, Onkenbare zou beteekenen : altijddurend bestaan ; in gemeenschap te treden met „den waarachtigen God en Jezus Christus"' beteekent het eeuwige leven. De hoedanigheid van het eeuwige leven alleen maakt den hemel uit; altijd voort te duren, zonder meer, is nog geen gelukzaligheid. Zelfs de korte spanne tijds van dit leven is te lang voor hen, die hun jaren doorbrengen in droefheid en verdriet. De tijd zelf, en hoe veel meer de eeuwigheid, is voor den twijfelende een kwelling, en velen hebben met Schöpenhauer heimelijk het bewustzijn beschouwd als een leelijke vergissing en dwaling der natuur. Daarom moeten wij niet alleen een hoeveelheid van jaren hebben, (om te spreken in de taal van het heden), maar wij moeten ook letten op de qualiteit van onze betrekking (correspondentie). Wanneer wij het gebied der wetenschap verlaten, ontvangt die betrekking dan ook een hooger naam. Zij wordt gemeenschapsoefening. Daar zijn voor haar nog andere namen, godsdienstige en godgeleerde. ÏVIet een algemeene uitdrukking noemt men haar : geioof; meer persoonlijken bijzonderlijk uitgedrukt heet zij liefde, want de samenwerking van een zoo groot geheel sluit de samenwerking van al de deelen in zich.

Gemeenschapsoefening met God. — Kan het worden bewezen met wetenschappelijke termen, dat zij een betrekking is, welke nooit zal worden verbroken ? Wij eischen van de wetenschap niet, dat zij ons zulk een getuigenis geven zal. W ij hebben gevraagd naar hare opvatting van een eeuwig leven ; en wij hebben ten antwoord ontvangen, dat eeuwig le\en bestaan zou in een betrekking, welke nimmer zou ophouden, met een omgeving, welke nimmer verdwijnen zou. En toch. wat kon de wetenschap verlangen van een volkomen

Sluiten