Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

redelooze dier. Geen wereldsche theorie bepaalt het punt in de keten der evolutie, waar de organismen aanvangen onsterfelijk te zijn. Geen wereldsche theorie verklaart de voorwaarden waarop onsterfelijkheid wordt geschonken, of wijst ons haar einddoel. En indien wij niets meer hebben, om onze hoop aan te wakkeren dan het onverklaarde mysterie van het geheele gewest der onsterfelijkheid, of de onbekende overblijfselen onder de krachten des levens — dan zijn wij, zoo als zij, die „alleen in dit leven hopen — de ellendigste van alle menschen."

Wenden wij ons echter tot deze leer, zoo als zij kwam van Christus' lippen, dan bevinden wij ons op een geheel ander gebied. Hij doet geen poging, om het stoffelijke te laten reiken tot in het onstoffelijke. De oude bestanddeelen, hoe ook verfijnd en gelouterd hun stof zij, zijn in zich zelve niet geschikt om het koninkrijk Gods te beërven. Wat vleesch is, is vleesch. In plaats van de onsterfelijkheid vast te knoopen aan het natuurlijk organisme, voert hij een nieuwen en oorspronkelijken factor in, welke geen van de wereldsche en zelfs weinige van de godgeleerde theoriën voldoende schijnen in aanmerking genomen te hebben. Wat het christendom betreft —- „hij, die den Zoon heeft, heeft het leven, en die den Zoon niet heeft, heeft het leven niet." Dit, zoo meenen wij, verklaart de betrekking, welke de brug legt over het graf. Dit is de sleutel voor den aard van het leven, dat ligt achter het geestelijk organisme. En dit is de ware oplossing van het mysterie des eeuwigen levens.

Daar ligt iets achter de betrekkingen van het geestelijk organisme — even als iets schuilt achter onze natuurlijke middelen van gemeenschap. Te zeggen, dat leven een gemeenschap is, is slechts de gedeeltelijke waaiheid zeggen. Daar ligt nog iets achter, 't Leven openbaart zich in allerlei betrekkingen, maar wat beheerscht haar ? Het organisme spreidt een verscheidenheid van betrekkingen ten toon. \\ at organizeert ze ? Even als in 't natuurlijke, is er in het geestelijke een levensbeginsel. Wij kunnen die uitdrukking niet ontbeeren. Hoe gebrekkig ook, hoe voorloopig, hoe dikwerf ook een bedeksel der onwetendheid de wetenschap is vooralsnog niet in staat om afstand te doen van het

Sluiten