Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbehoedende maatregelen nemen kan, en welke niets zou kunnen verhinderen. En zelfs met een veranderende omgeving moet altijd de vrees en mogelijkheid overblijven van een geraken buiten de gemeenschap. Op zijn best genomen, zou het leven onzeker zijn. Maar met een onveranderlijke omgeving — zooals het geestelijk organisme bezit — is de voortduring van de gemeenschap, wat de uitwendige betrekking aangaat, gewaarborgd. Deze eigenschap van voortdurendheid in de omgeving onderscheidt de godsdienstige betrekking van elke andere. Waarom zou het leven van den toonkunstenaar niet een eeuwig leven zijn? Omdat immers de wereld der muziek, de omgeving waarmee hij in betrekking staat, niet eeuwig is. Zelfs indien zijn gemeenschap in zich zelf eeuwig duren kon, zoo moeten toch de haar omringende stoffelijke dingen, waarmee zij in betrekking staat, voorbijgaan. Zijn ziel zou eeuwig blijven, maar niet zijn viool. Zoo zou de mensch der wereld altijd blijven bestaan kunnen — maar niet de wereld. Zijn omgeving is niet eeuwig ; ook zijn betrekkingen met haar zijn het niet — „de wereld gaat voorbij, en hare begeeilijkheid.

Zoo zien wij dus, dat de mensch, of liever de geestelijke mensch is toegerust met twee reeksen van betrekkingen. De eene reeks bezit de eigenschap van altijd te zullen duren, de andere is tijdelijk. Maar tenzij dat zij beslist gescheiden worden, zal het tijdelijke voortgaan met het eeuwige te overheerschen en te belemmeren. De besliste voorbereiding voor het beërven van het eeuwige leven moet daarom bestaan in het loslaten van alle tijdelijke bestanddeelen. Zij moeten worden losgemaakt van de hoogere elementen. En dit geschiedt eindelijk door eene beslissende catastrophe — den dood.

De dood treedt op, omdat zekere betrekkingen in het organisme zich niet voegden naar zekere betrekkingen in de omgeving. Daar zal een tijd komen in elks geschiedenis, waarin de onvolkomen middelen van gemeenschap zich zelf verraden zullen door het nalaten van een noodzakelijke verschikking in het organisme tot stand te brengen. Dit is het waarom de dood gepaard gaat met onvolkomenheid. De dood is het noodzakelijk gevolg van onvolkomenheid, en haar noodzakelijk einde. Onvolkomen gemeenschap geeft

Sluiten