Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worpen wordt, zeggen wij dat het in het vertrek een zekere hoeveelheid warmte uit zal stralen. Die warmte zetelt naaide algemeene voorstelling, in de kool, en wordt vrij gemaakt tijdens en door de verbranding. De waarheid is echter, dat slechts een gedeelte van de verwarmende kracht vervat was in de steenkool. Zij zetelt evenzeer voor een gedeelte in de omgeving van de kool — d. w. z. in de zuurstof der lucht. De atomen van de kool, welke de kool uitmaken, zijn zeer nauw verwant aan de zuurstof der lucht. Wanneer zij op een zekeren afstand bij elkander gebracht worden, door middel van verhitting, dan vereenigen zij zich met ongelooflijke snelheid. De warmte, welke zich dan ontwikkelt, komt evenmin alleen van de steenkool als van de zuurstof, maar van beiden. Deze twee zelfstandigheden zijn inderdaad onvernietigbaar, en blijven bestaan, nadat zij in samengestelde gestalte zich aan ons hebben voorgedaan, als koolzuur gas. De warmte ontstaat uit de kracht welke zich ontwikkelt door de chemische vereeniging, de snelle ineensmelting van de kool- en de zuurstof-moleculen. Daarom komt zij 'voor een deel voort uit de kool, en voor een deel uit de omgeving. Kool alleen zou nimmer warmte voortbrengen, en de omgeving alleen ook niet. Deze beiden zijn wederkeerig van elkander afhankelijk. En ofschoon bijna alle mechanische verrichtingen alleen toeschrijven aan de zelfstandigheid, welke wij kunnen wegen en tasten, zoo is het toch zeker, dat in de meeste gevallen het grootste aandeel daarvan moet toegekend

worden aan een onzichtbare omgevine' . . ö ö'

Dit is een der bekendste gemeenplaatsen, welke gemeenlijk om haar wijde strekking en eenvoud buiten rekening gelaten en uit het oog verloren wordt. Hoe belangrijk niettemin de gevolgen zijn, welke uit deze elementaire waarheid voortvloeien, zullen wij aanstonds in het licht stellen. Niets hebben wij in onzen tijd zoo noodig op elk gebied van kennis als de verjonging van de gemeenplaatsen.

In de geestelijke wereld vooral zal hij verstandig doen, die kennis aanknoopt met de gewoonste en meest in 't oog vallende feiten in de natuur, en als iemand de grondslagen legt voor een godsdienstig leven, zal h ij geen onwaardig begin maken, die met zich brengt een diep besef van zulk een dui-

Sluiten