Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed kunt gij verwachten, dat natuurvruchten zullen rijpen zonder lucht en warmte, zonder bodem en zonneschijn. Hoe ernstig de apostel I'aulus hiervan overtuigd was, blijkt uit tal van zijn duidelijkste uitspraken, waarin wij den weerklank vernemen van het onderwijs des Meesters. Voor hem was het leven met Christus verborgen in God. En dat hij dit niet opvatte als een theorie, maar als een proefondervindelijke waarheid, kunnen wij opmaken uit zijn gestadige belijdenis : „Als ik zwak ben, dan ben ik sterk."

Als van zelf komen wij nu tot het tweede van de drie punten, welke wij trachten toe te lichten. Wij hebben gezien, dat het organisme in zich slechts de eene helft bevat van hetgeen noodig is om te leven. Wij hebben nu aan te toonen, dat de andere helft, welke het complement is van de eerste, vooral is in de omgeving.

Eén zaak voortvloeiende uit het verschuldigd besef van onze persoonlijke onmacht zal wel zijn, dat wij niet langer onzen tijd verbeuzelen met het onmogelijke streven om kracht te putten uit ons zeiven. Onze wetenschap zal nu eindigen met de zoo dikwerf herhaalde proef, waarvan wij toch zoo veel hadden verwacht, om het perpetuum m o b i 1 e te vinden. En daar dit nu eens vooral vast staat, zal onze eerste schrede bij het zoeken van een meer bevredigenden stand van zaken, a-el deze moeten zijn, dat wij zoeken naar een nieuwe bron van kracht. Als wij de natuur volgen, is slechts één richting voor ons open. Het natuurlijk leven dankt alles aan de omgeving; zoo moet het ook zijn met het geestelijke. Nu is God de omgeving van het geestelijke leven. En gelijk de natuur het complement moet vormen voor het natuurlijke leven, moet God het complement zijn voor het geestelijke.

Hoe^ we dit bewijzen ? De natuur is niet natuurlijker voor mijn lichaam, dan God is voor mijn ziel. Ieder dier en plant heeft een eigen omgeving. En hoe verder iemand de betrekking van het een tot het ander naspeurt, hoe meer hij de wondervolle innigheid en schoonheid van de onderlinge verhoudingen aanschouwt. Deze verbazingwekkende middelen, om zich naar zijn omgeving te voegen, waarover ieder organisme te beschikken heeft, - van den visch om zich te voegen naar het water, van den arend om zich te voegen naar de

Sluiten