Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g kunste^ar niet werkt op goed geluk, maar naar

een wet. Hij heeft „zijn plan vóór zich." In het zoölogisch laboratorium der natuur treft men geen werkplaats aan, waar een bedreven kunstenaar iets naar willekeur bewerken kan — waar dezeltde pottebakker heden een hond, morgen een vo^el en overmorgen een mensen kan vormen. In de natuuMs een pottebakker aangesteld, om elk dezer dingen afzonderlijk te maken het is het volmaakste stelsel van verdeeling van den arbeid. De eene kunstenaar maakt niets als honden een ander mets als vogels, en een derde enkel menschen. Merker nog: ieder kunstenaar houdt zich alleen bezig met het uitwerken van zijn eigen plan. Het is alsof dit zijn eigen plan hem ,s ingeprent, alsof hij er meé vereenzelvigd is zoodat hij is gehouden zich zelf te reproduceeren.

De wetenschappelijke wet, volgens welke dit plaats grijpt is de wet der gelijkvormigheid van het type. Zij valt^voor een groot dee]) samen met Je gewone wet der erfelij^hei(1.

ook kan zij eenvoudig worden gehouden voor een andere wet om te bewijzen wat Darwin noemt de wet van de een-

, typen- Darvvin omschrijft haar aldus: „Met eenheid van het type bedoelen wij die fondamenteele overeenstemming in bouw, welke wij zien bij organische wezens van dezelfde soort, en welke geheel onafhankelijk is van hun leefwijze Krachtens deze wet is elk levend iets, dat ter wereld komt, genoodzaakt in zijn nakomelingen zijn eigen beeld af te drukken. De hond verwekt, naar zijn type, een hond , de vogel een vogel.

De kunstenaar, die op deze fijne wijze arbeidt in de stof en deze wet volvoert, is het leven. Er zijn zeer vele verschillende soorten van leven. Men zou de bekende woorden van den apostel 111 dezer voege kunnen uitbreiden : „Alle leven is niet hetzelfde leven. Ken ander is het leven der'menschen een ander het leven van het vee, een ander het leven der visschen en een ander dat der vogelen." Daar is een leven, o een kunstenaar, of een pottebakker, die den worm, een' c ie den hond, en een ander, die den mensch formeert

yVat dus voorvalt in het dierenrijk is dit: het vogel-leven grijpt de vogel-kiem aan, en vormt haar tot een vo^el het eeld van zich zelf. Het leven van het kruipend dicTr grijpt

Sluiten