Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n i h i 1 o nihil — niets kan gemaakt worden uit niets. De stof kan niet geschapen en niet vernietigd worden ; de natuur en de mensch kunnen alleen vormen en vervormen. Daarom als een nieuw dier wordt gevormd, wordt er geen nieuwe stof gevormd. Het leven keert alleen in tot reeds bestaande stof, assimileert zich meer van denzelfden aard en hervormt het. De geestelijke kunstenaar werkt op dezelfde wijze. Hij moet een bijzonder soort van protoplasme hebben, een basis voor het leven, en die moet alreeds bestaan. Nu vindt Hij dit in de bouwstoffen van het karakter, waarmeê de natuurlijke mensch reeds vroeger is toegerust. Verstand en karakter, wil en neigingen, de zedelijke natuur : dat alles vormt den grondslag voor het geestelijke leven. In deze richting het protoplasme te zoeken van het geestelijke leven, is volmaakt in overeenstemming met alle analogie. De laagste of minerale wereld levert in hoofdzaak de bouwstoffen — en dit is zelfs waar voor de insectenverslindende soorten — voor het plantenrijk. De planten leveren de bouwstoffen voor de dieren. En weder omgekeerd verschaft het dierenrijk bouwstoffen voor het verstandelijke, en eindelijk het verstandelijke voor het geestelijke leven. Ieder lid van de reeks is eerst dan volkomen, indien de trappen beneden haar ook volkomen zijn ; de hoogste eischt de aanwezigheid van al de andere, 't Is voor ons onmiddellijk doel niet noodig zoo ver af te dalen in de psychologie óf van het nieuwe schepsel óf van het oude, om duidelijker te bepalen, welke deze zedelijke grondslagen hier zijn. 't Is genoeg te zien, dat in dezen nieuwen moederschoot het nieuwe schepsel moet zijn geboren, gevormd uit de verstandelijke en zedelijke deelen, zelfstandigheid of wezen van den natuurlijken mensch. Het eenige, waar men den nadruk op moet leggen, is dat in den natuurlijken mensch die redelijke en zedelijke zelfstandigheid of basis geestelijk dood is. Hoe werkzaam echter dit verstandelijke of zedelijke leven ook wezen moge — uit het oogpunt bezien van dit andere leven, is het dood. Wat vleesch is, is vleesch. Het mist dat soort van leven, hetwelk het verschil uitmaakt tusschen den christen en den nietchristen. Het is nog niet „uit den Geest geboren."

Om verder aan te toonen, dat dit protoplasme de ver-

Sluiten