Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehecle schepping zich uitstrekte. Tot hiertoe had de evolutie geen toekomst. Zij was een pilaar met bijzonder fraai beeldhouwwerk, rijker en rijker zich ontwikkelende tot aan de spits, maar zonder kapiteel; een pyramide, met den breeden grondslag in het anorganische, stijgende hooger en hooger, reeks op reeks, leven boven leven, geest boven geest, steeds volmaakter afgewerkt, edeler in zijn symmetrie, en toch dès te geheimzinniger in zijn aspiraties. Het nieuwsgierigst oog, dat haar volgde tot haar top, zag niets. De wolk daalde en omsluierde haar. Juist datgene, wat de menschen verlangden te zien, was verborgen. Het werk der eeuwen had geen spits. Maar het werk, aangevangen dooide natuur, is voltooid door het bovennatuurlijke — zoo als wij gewoon zijn het hoogere natuurlijke te noemen. En nu de sluier is opgelicht door het Christendom, staren de menschen het met sprakelooze verbazing aan, want het einddoel der evolutie is Jezus Christus.

Het christelijke leven is het eeuwige leven, dat eenmaal volmaakt zal worden. Gescheiden van Christus is het leven i des menschen een gebroken zuil, het geslacht der menschen J een onvoltooide pyramide. Alle menschelijke idealen storten ineen bij den aanblik der eeuwigheid ; een voor een bezwijkt voor 't geopend graf elke menschelijke verwachting. Tennyson ziet een kortstondig licht in den naijver der natuur op het type, maar ook dat verdwijnt.

Zullen alle verdwijnen ? Neen, één type blijft. „Die Hij te voren gekend heeft, heeft Hij ook te voren verordineerd den beelde zijns Zoons gelijkvormig te worden." En „als Christus, die ons leven is, zal geopenbaard worden, zult gij ook met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid."

Sluiten