Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tc zoeken van het onderwerp, dat ons bezig houdt, valt thans in het oog. Wij hebben om te zien naar twee gevallen in de zedelijke en geestelijke sfeer, waarin de voedings-functiën worden verwaarloosd, of misbruikt. Om het leven te onderhouden, in fyzischen, verstandelijken, zedelijken of geestelijken zin is voedsel een onmisbaar vereischte. Om den noodigen toevoer te verzekeren, is elk organisme dan ook toegerust met bijzondere en doelmatige vermogens. Maar hetgeen elk organisme ten slotte verovert, hangt niet zoozeer af van de hoeveelheid voedsel, welke het tot zich neemt, als wel van de inspanning, die wordt vereischt, om het te verwerven. Ter eenerzijde is die inspanning slechts een middel tot bereiking van een doel, namelijk het vinden van voedsel, maar ter anderer zijde en met evenveel recht is de inspanning het doel, en het voedsel het middel, om dat te bereiken. Beiden zijn onafscheidelijk aan elkander verbonden, en hun verband is zóó nauw, dat het dwaasheid wezen zou te zeggen, dat het een noodiger is dan het ander. Zonder voedsel is inspanning onmogelijk; maar zonder inspanning is voedsel onnoodig.

De inspanning geschiedt met het oog op het voedsel, en het voedsel stelt tot inspanning in staat, en wel bijzonderlijk tot die verdere ontwikkeling en wasdom, welke alleen onophoudelijke werkzaamheid kan voortbrengen. Voedsel, te gemakkelijk verkregen, is voedsel zonder die tucht en oefening, welke oneindig veel meer waard is dan het voedsel zelf. Het is de mogelijkheid van een leven, dat niet meer is dan een aanwezig zijn. Het laat het organisme in statu q u o, onontwikkeld, onrijp, laag op de ladder der organisatie, en met een toenemende neiging om uit den staat van evenwicht over te gaan tot dien van toenemende ontaarding. Wat een organisme is, dat hangt af van hetgeen het doet, en waarvan het zijn werk maakt. En indien de prikkel tot de oefening van al de tallooze vermogens, betrokken in de voeding, wordt weggenomen door de voorwaarden en omstandigheden van een leven, dat t e gemakkelijk werd, dan treedt eerst een stilstand op in de ontwikkeling, en ten laatste verliest men wat ontwikkeld moest worden. In 't kort gezegd: indien een organisme niets doet, i s het in dat opzicht niets. Wij kunnen dus het algemeene beginsel aldus

Sluiten