Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wat uit den geest geboren is, is geest" — drukt Christus de eerste wet uit van den biologischen godsdienst, en legt hij den grondslag tot een besliste classificatie. Hij splitst de menschen in twee klassen, de levende en niet levende. En Paulus houdt zich later standvastig aan deze classificatie, daar hij ter eener zijde de menschen plaatst, die hij „geestelijk" noemt, en ter anderer zijde de „vleeschelijke."

Vooronderstelt het nu voor een oogenblik als bewezen, dat het karakter van den niet-christen even schoon is als dat van den christen. Dit wil niet anders zeggen dan dat het kristal even schoon is als het organisme. Iedereen mag dit beweren : maar wat men niet beweren mag is, dat beiden in denzelfden zin leven. Hij, die den Zoon heeft, heeft het leven, maar die den Zoon niet heeft, heeft het leven niet. En tegenover deze wet, is geen andere slotsom mogelijk dan dat hetgeen vleesch is, vleesch blijft. Hoe groot ook de ontwikkeling der schoonheid wezen' moge — wat vleesch is, is niets anders dan vleesch. De hooge graad van volkomenheid in de zedelijke ontwikkeling op een gegeven oogenblik, vermag niet dit onderscheid op te heffen. De mensch is een zedelijk dier, en kan, en behoort te komen tot groote natuurlijke schoonheid van karakter. Maar dit doende gehoorzaamt hij slechts de wet van zijn natuur — de wet van zijn vleesch ; en geen vorderingen langs die lijn kunnen hem brengen in de geestelijke sfeer. Verkiest iemand te beweren, dat de schoonheid van het mineraal, van het vleesch, van de zedelijkheid alles is wat hij kent en begeert, zoo mag hij dat doen. Goed en waar te zijn, rein en welwillend op zedelijk gebied, het is een verheven, en ook een gewettigd levensdoel. Wil een mensch hierbij blijven stilstaan, het staat hem vrij dat te doen. Maar wat hij niet doen mag, is zichzelf een Christen noemen, of beweren, dat hij datgene doet, wat alleen een Christen doen kan. Zijn zedelijkheid is louter kristallisatie, daar de kristalvormende krachten in zijn ontwikkeling vrij spel hadden. Maar deze krachten hebben evenmin de sfeer van 't Christendom bereikt, als de vorst iets meer knn doen dan op onze ruiten de uiterlijke vormen van het leven nabootsen. En indien hij meent, dat de hooge ontwikkeling,

Drummond. Natuurwetten. '6

Sluiten