Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan een astraallicbaam in onontwikkelder! staat, dat net zoo min geschikt is om er mee te werken als 't lichaam van een blind katje van eenige dagen oud gereed is (in staat kan zijn) om muizen te vangen. Het ras zal in dit opzicht geleidelijk zeer groote vorderingen maken, maar tot dusverre is 't getal dergenen, die bewust op het astraal gebied werkzaam kunnen zijn, slechts gering en dat is de reden, waarom het nieerendeel (dat achterlijk in ontwikkeling is, maar verwaand genoeg om te denken, dat het tot de spits behoort) zoo vermakelijk met verachting neerziet op de wetenschap, die (betrekkelijk) weinigen bezitten.

Stel u een land voor, dat geheel afgesloten is van de overige wereld, en waar alle menschen sinds onheugelijke tijden doof geboren zijn. Het leven zou zich hebben aangepast aan dien toestand. De menschen zouden door teekens met elkander van gedachten wisselen en zij zouden het er zoo ver in gebracht hebben, dat 't hen in geen enkel opzicht belemmerde. Veronderstel verder, dat enkelen onder hen de een na den ander begonnen te hooren. De eerste bezitters van die onbegrijpelijke eigenschap zouden er onder hunne vrienden geen al te besten tijd door hebben. Als zij beweerden in staat te zijn om gemeenschap met elkaar te hebben door een ondoorschijnend scherm heen, dan zou de nuchtere, verstandige meerderheid ervan overtuigd zijn, dat die menschen aan 't bedriegen waren, hoe moeilijk 't ook mocht wezen, dat bedrog te ontdekken. Als zij beweerden een geweer op een afstand te "hooren" afgaan, zou de eenige mogelijkheid wezen als het na onderzoek uitkwam, dat het schot werkelijk was afgegaan, — dat zij den man, die 't schot loste, hadden omgekocht om het op een vooruit afgesproken tijd af te schieten. De "hoorders" zouden eenpariglijk voor leugenaars of slachtoffers van hallucinaties worden uitgemaakt, en zij zouden er toe komen om niet meer over de nieuwe ontdekkingen, die zij gemaakt hadden, te spreken, totdat zij ten laatste groot genoeg in aantal waren om op hun beurt te lachen over de ouderwetsche doofstommen of misschien om hun best te doen, om de voordeelen van hun verkregen zintuig te deelen met de meer verstandigen onder diezelfde doofstommen.

Dat denkbeeld zou werkelijk het tegenwoordige standpunt van het moderne publiek weergeven met betrekking tot de verschijnselen van het astraal gebied en gelukkig is de tijd aangebroken,

Sluiten