Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij verkrijgen in de astronomie eene menigte gevolgtrekkingen over de afstanden, waarop verschillende vaste sterren van ons verwijderd zijn. Deze gevolgtrekkingen berusten op waarnemingen van de schijnbare beweging van zulke sterren tegen den achtergrond van den hemel, terwijl men ze met tusschenpoozen van 6 maanden gadeslaat, telkens als de aarde aan de tegenovergestelde zijde van haar baan is gekomen. Maar ofschoon de aarde gedurende dien tijd zich 180 millioen mijlen heeft verwijderd van de plaats, die zij eerst innam, is de schijnbare beweging van de ster niet grooter dan de middellijn van een stuiver, op twee mijlen afstand gezien. Niettemin zijn de gebruikte instrumenten zoo prachtig en volmaakt bewerkt, dat zij met het meeste succes deze zeer kleine metingen kunnen uitvoeren en uitkomsten kunnen verschaffen, waarvan wij overtuigd zijn, dat zij ten naastenbij goed moeten wezen De cijfers, die noodig zijn om de uitkomsten dier metingen uitte drukken gaan echter de macht van ons voorstellingsvermogen te boven.

Meting was zulk een fundamenteel principe bij 't werk van den modernen sterrenkundige, dat zijne kennis zich geruimen tijd niet ver buiten die opmetingen aan den hemel uitstrekte. Deze hadden natuurlijk nog met andere dingen dan met afstanden alleen te maken. De banen, waarlangs de planeten zich bewogen, vielen eveneens binnen den kring van meting door middel van instrumenten. Door wiskundige wetten toe te passen op elke groep van cijfers, die men door waarneming verkreeg, kon men andere betrouwbare cijfers afleiden. Zoo kwamen wij nauwkeurig alles omtrent de dichtheid en de massa (in de praktijk "'t gewicht" genoemd) van de planeten en van de zon te weten. En hoewel zulke cijfers ons in den beginne al heel weinig over die hemellichamen schijnen te leeren, zijn zij toch zeer geschikt om ons in staat te stellen eenig begrip te verkrijgen van de schaal waarop ons heelal is samengesteld. De afstanden waarover wij het hebben, als wij over ons zonnestelsel spreken zijn reeds overweldigend groot. De aarde wentelt in de ruimte op een afstand van meer dan negentig millioen mijlen van de zon en toch zijn wij er vlak bij, vergeleken bij eenige andere planeten van ons stelsel. Jupiter is vijf keer zoover van de zon verwijderd als wij en Neptunus, de uiterste planeet, die tot dusverre ontdekt is, is dertig keer verder of op ruim 2700 millioen mijlen

Sluiten