Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afstand gelegen. Het licht, waardoor wij Neptunus zien, moet van de Zon naar die planeet uitstralen en daarna tot ons terugkeeren. Hoewel nu 't licht zich met eene snelheid van 186.000 mijlen (300.000 K. M.) in de seconde voortbeweegt, heeft het ruim vier uren voor de heen- en terugreis noodig, wanneer het Neptunus te onzen gerieve verlicht Zulke cijfers geven iemand eenig flauw begrip van de grootschheid van ons geheele zonnestelsel. En toch verhoudt zich de baan van Neptunus, die (zooals wij ons voorloopig kunnen voorstellen) het geheele zonnestelsel omvat, op wonderbaarlijke wijze tot de ruimte waarin zich het geheele zonnestelsel beweegt.

Als gij U slechts de ruimte voorstelt, die zich uitstrekt tot de naastbijzijnde vaste sterren, hoe groot is dan de middellijn daarvan, vergeleken met die van de baan van Neptunus? Tot antwoord zou het volgende kunnen dienen: Als wij een plattegrond van die bolvormige ruimte hadden, die ongeveer een oppervlakte zoo groot als Lincoln's Inn-fields ') besloeg, zouden wij het geheele zonnestelsel door een halveguldenstuk in 't midden moeten voorstellen. Duizenden millioenen mijlen zijn niets, vergeleken met de afstanden der vaste sterren. De dichtstbijzijnde is twintig of dertig billioen mijlen van ons verwijderd, en een billioen is 't zelfde als millioen millioen. Deze cijfers spreken niet tot 't verstand, maar verscheidene schrijvers over astronomie hebben ze in alle mogelijke combinaties omgewerkt, in de hoop ze meer beteekenis te geven. Als er een trein was naar de dichtstbijzijnde vaste ster en het personenvervoer was op een stuiver de honderd mijlen berekend, wat zou dan een kaartje voor de geheele reis kosten? 't Antwoord is een som, die ongeveer even groot is als de Engelsche nationale schuld. Hoe lang zou de reis erheen duren, wanneer men met een flinken sneltrein van zegge 60 E. mijlen in 't uur zou reizen? Het antwoord is een getal, dat te groot is, om ons er eenig denkbeeld van te geven. Het zou ruim 50 millioen jaar duren, 't Licht, waarvan ik de snelheid zooeven noemde, heeft er drie en een half jaar voor noodig, om van de naaste vaste ster tot ons te komen; en de afstand van de helderste ster van den hemel, nl. van Sirius, is zóó groot, dat 't licht tweeëntwintig jaren noodig heeft, om ons van dien wonderbaarlijken hemelbol te bereiken.

I) Een deel van tle City van Londen,

Sluiten