Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wettig voorschrift werd gegeven in 1876, toen aan het licht kwam, hoe de uitlegging die de kieswet van 1850 had gegeven aan de uitdrukking der Grondwet: «belastingbetalen" in den zin van «aangeslagen zijn in de belastingen", er aanleiding toe gaf, dat allerlei lieden zich in de patentbelasting deden aanslaan voor een bedrijf, dat zij niet uitoefenden, alleen om zoodoende kiesbevoegd te worden. In de Commissie, welke te dezer zake de Tweede Kamer van advies diende, was eene minderheid, die meende, dat het euvel wel zonder Grondwetsherziening ware te keeren, hetzij door bij de kieswet als belastingbetalers aan te merken, niet de op de kohieren aangeslagenen, maar hen, die op het oogenblik van het vaststellen der kiezerslijsten hunne aanslagen zouden hebben aangezuiverd — gelijk reeds in 1855 in een ontwerp van den Minister van Reenen voorgesteld was —, hetzij door het bedreigen van straf of door tegen den aangeslagene het bewijs toe te laten, dat hij den aangegeven grondslag der belasting niet bezat — welk laatste palliatief in het volgend jaar door den Minister Heemskerk in zijn reeds genoemd ontwerp van 10 Februari 1877 zoude worden voorgesteld.

Maar de meerderheid der Commissie was van een ander gevoelen. Waar de Grondwet alléén betaling van belasting vorderde, achtte zij een onderzoek naar de vraag, of de grondslagen van den aanslag aanwezig waren en of het bedrijf waarvoor patent was betaald, werkelijk uitgeoefend werd, ongeoorloofd; bovendien oordeelde zij zoodanig onderzoek practiscli niet wel mogelijk. Zoo zag zij, tot keering van den kunstmatigen kiezersteelt, in Grondwetsherziening het eenig afdoend middel. Eenmaal tot dit resultaat gekomen, ging de Commissie verder en trad in een onderzoek naar de innerlijke waarde van het in de Grondwet neergelegd kiesstelsel. En zoodoende kwam zij tot het resultaat, dat Grondwetsherziening noodzakelijk was »niet alleen tot voorziening in het thans besproken kwaad, maar tot elke afdoende verbetering van het kiesregt zelf.

Sluiten