Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar verschil van inzichten en belangen onder het te verkrijgen grootere aantal kiezers bestaan mocht, zal de invloed dien zij uitoefenen echter niet noodzakelijk in rechtstreeksche verhouding staan tot hun getal. Het ware een dwaling zulks te meenen. Kennis, ervaring, talent zullen steeds oorzaak zijn, die aan personen, of aan grootere of kleinere kringen, aan stroomingen van verschillenden omvang en diepte in de maatschappij en in de Staat, eenen invloed verzekeren, die in geenerlei verhouding staat tot het aantal of de stemmenmacht."

Meer dan voorspellingen, zelfs van staatslieden als Thorbecke en Tak, kan de ervaring, in andere landen opgedaan, er toe bijdragen om de schrikbeelden, die sommigen zich van het algemeen kiesrecht vormen te verdrijven. In het grootste deel van de moderne cultuurstaten kan men dat stelsel in zijne practische gevolgen beoordeelen. Duitschland heeft in 1869, Frankrijk reeds in 1852 de algemeene kiesbevoegdheid aangenomen; deze is evenzeer gehuldigd in de wetgevingen, o. a. van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, van Denemarken, van Zwitserland en van België, zij het in laatsbedoeld land in vereeniging met het meervoudig kiesrecht. Zal men nu willen volhouden, dat in al die landen de toestanden zoo ongunstig afsteken bij de onze? Kan men in ernst meenen, dat in Nederland, dat in dit opzicht welhaast alleen met zijne wetgeving achterbleef, het politieke en sociale leven zooveel bevredigender beeld te aanschouwen geeft?

Laten wij Frankrijk, dat in den loop der laatste 120 jaren nagenoeg alle denkbare régimes in toepassing heeft gebracht, buiten beschouwing; en evenzeer Duitschland, omdat men een beroep op dat land wellicht zou willen wraken met er op te wijzen, dat daar een zeer krachtig monarchaal gezag eenzijdig drijven in democratische richting tegenhoudt. Maar hoe dan ten aanzien van b.v. NoordAmerika en Zwitserland?

Sluiten