Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belastingen aangeslagen zijnde, het te dier zake verschuldigde aniet vóór of op 1 Maart voldaan hebben; 6°. zij, wien het kiesrecht is ontzegd bij eene onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;

7°. zij, die bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld tot eene gevangenisstraf van ten minste één jaar. De uitsluiting vindt plaats voor een tijdperk, aanvangende op den dag, waarop de veroordeeling onherroepelijk is geworden en eindigende drie jaren na den dag, waarop de gevangenisstraf zal zijn ondergaan; bij tweede of verdere veroordeeling voor een tijdperk, aanvangende op den dag, waarop de veroordeeling onherroepelijk is geworden en eindigende tien jaren na den dag, waarop de gevangenisstraf is ondergaan;

8°. zij, die bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld wegens landlooperij of bedelarij. De uitsluiting vindt plaats bij eerste veroordeeling voor een tijdperk van één jaar, bij verdere veroordeeling voor een tijdperk van vijf jaren, het tijdperk in beide gevallen aanvangende op den dag, waarop de veroordeeling onherroepelijk is geworden;

9°. zij, die bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak voor eene tweede of verdere maal zijn veroordeeld wegens eene der overtredingen, genoemd in artt. 426 en 453 van het Wetboek van Strafrecht. De uitsluiting vindt plaats voor een tijdperk van drie jaren, aanvangende op den dag, waarop de veroordeeling onherroepelijk is geworden.

Art. 3.

Gratie heeft op den duur der uitsluitingen, bedoeld in art. 2 sub 7°., 8°. en 9°. geen invloed.

Art. 4.

Wanneer ten tijde eener veroordeeling, als bedoeld in

Sluiten