Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 2 sub 7°., 8°. en 9°., de uitsluiting wegens eene vroegere veroordeeling nog loopende is, vangt de nieuwe uitsluiting aan ten dage, volgende op dien, waarop de loopende uitsluiting eindigt.

Art. 5.

De uitoefening van het kiesrecht wordt geschorst; 1°. voor hen, die krachtens wettelijk voorschrift van hunne

vrijheid beroofd zijn;

2°. voor hen, wier namen niet op de kiezerslijst voorkomen ;

3°. voor de militairen, beneden den graad van sergeant bij de zee- en landmacht en de daarmede gelijkgestelden:

a. ten aanzien van vrijwillig dienenden bij de zeemacht gedurende hun diensttijd;

b. ten aanzien van vrijwillig dienenden bij de landmacht voor den tijd, gedurende welken zij zich onder de wapenen bevinden;

c. ten aanzien van ingelijfden bij de militie voor den tijd, gedurende welken zij niet met groot verlof zijn;

d. ten aanzien van hen, die behooren tot de Koninklijke Nederlandsche Marine-reserve voor den tijd, gedurende welken zij in actieven dienst zijn.

Toelichtingen.

Art, 2, 1°. en 3°. Het ware overbodig te vermelden, dat de uitsluiting slechts duurt voor den tijd, gedurende welke men de beschikking of het beheer over zijn goederen heeft verloren of de verpleging duurt. Is die tijd ten einde, dan valt men niet meer onder het artikel.

Art. 2, 4°. Het tijdstip van 1 Maart is ontleend aan art. 1, eerste lid der tegenwoordige kieswet.

Art. 2, 9°. De hier genoemde artt. 426 en 453 W. v. S. hebben betrekking, het eerste op het, in staat van dronkenschap, in het openbaar het verkeer belemmeren, de orde

Sluiten