Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Samenstelling der Eerste Kamer.

HOOFDSTUK I.

HISTORISCHE INLEIDING.

De Grondwet van 1814 kende het Tweekamerstelsel niet. Haar geestelijke vader, van Hogendorp, had bij het ontwerpen van zijne Schets, ten opzichte van de samenstelling der Staten-Generaal, den toestand voor oogen gehad, gelijk die onder de oude Republiek had bestaan, n.1. dat de StatenGeneraal ééne vergadering zouden uitmaken, welker leden zouden worden gekozen door de Staten der verschillende provinciën. In navolging van de Schets is dit stelsel in art. 56 der Grondwet van 1814 neergelegd.

Bij de behandeling van de herziening der Grondwet in 1815 bleek, dat de Belgische leden der door den Koning bij besluit van 22 April van dat jaar voor het herzieningswerk benoemde Commissie, éénparig vóór het Tweekamerstelsel waren. Breedvoerig werd over dit punt in de Commissie beraadslaagd. Terwijl er van Belgische zijde sterk op aan werd gedrongen, dat de Staten-Generaal zouden bestaan uit eene Kamer der gemeenten en eene Kamer van erfelijke pairs, welke laatste noodig was „voor de conservatie van den troon," „als contrepoids van den Vorst tegen

Sluiten