Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vast ligchaain bestaande uit erfelijke leden, öf een ligchaam door het volk gekozen uit hen die het meeste belang hebben bij de rust en het crediet van den Staat. Kiest toch de Koning de leden der Eerste Kamer, dan ziet men daarin niet meer eene vertegenwoordiging van het Land, of van het Volk, maar van den Koning, en bestaat er een volstrekte strijd tusschen deze instelling en de bepaling deibestaande Grondwet, dat de Staten-Generaal het Nederlandsche volk vertegenwoordigen. Laat men trapsgewijze de Provinciale Staten (dat is door eene minderheid) de Eerste Kamer benoemen, dan zal daarin eene onderdrukking der meerderheid worden gezien, welke in de Tweede Kamer wordt vertegenwoordigd. Aan eene erfelijkheid van leden der Eerste Kamer valt in ons land, bij eene gelijke verdeeling der nalatenschappen, bij de geringe uitgestrektheid van den bodem in evenredigheid met de bevolking, en bij de wisseling der rijkdommen, wel niet te denken. Het zoude eene vreemde plant zijn, overgebragt op eenen grond welke haar niet kan voeden. Er blijft dus inderdaad niets over dan om de Eerste Kamer op dezelfde wijze als de Tweede Kamer te doen verkiezen, want droeg men de benoeming der leden aan andere ligchamen of collegiën op, — weldra zou het volk in die richting niets anders zien dan een vijandig kamp.

Maar het is van belang," zoo heet het verder, „dat dit ander deel der wetgeving toch niet volkomen gelijksta met de Tweede Kamer, dat het meer vastheid hebbe, meer den eigendom vertegenwoordige." In verband hiermede werd door de Regeering voorgesteld — zulks mede op het voetspoor der Staatscommissie van 17 Maart, die in de toelichting van haar voorstel gezegd had, dat de keuze van de leden der Eerste Kamer behoorde te geschieden uit de „groote, vaste fortuinen" — dat voor de Eerste Kamer alleen verkiesbaar zouden zijn degenen die, in de directe belastingen eene zekere som, afwisselend naar de plaatselijke gesteldheid, bijdroegen en overigens aan dezelfde vereischten voldeden als de leden der Tweede Kamer.

Sluiten