Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het woord „openbare" het lidmaatschap der Eerste Kamer ook toegankelijk te maken voor hen, die eene hooge en gewichtige betrekking van particulieren aard bekleeden of bekleed hebben.

De vrees voor het gevaar, dat krachtens de door de Regeering voorgestelde uitbreiding een aantal ambtenaren of gewezen ambtenaren in de Eerste Kamer zouden komen, eene categorie, die over het algemeen niet geschikt werd geacht om, als vertegenwoordigers des volks, zoo noodig tegenover de Regeering te staan, lag aan dit amendement ten grondslag.

De bestrijding der Regeering van het amendement kwam in hoofdzaak hierop neer, dat men, waar het geldt andere dan openbare betrekkingen, onmogelijk een maatstaf kan aangeven, waarnaar te beoordeelen is of deze al dan niet hoog en gewichtig zijn. Met 46 tegen 28 stemmen werd het amendement verworpen.

Aangenomen werd nog met 47 tegen 26 stemmen een amendement van den heer van Houten, strekkende om de verkiesbaarheid der hoogstaangeslagen van één op de 2000 te brengen op één op de 1500 zielen.

Terwijl in de Grondwet van 1848 de wijze van verkiezing en de verkiesbaarheid van de leden der Eerste Kamer in één Grondwetsartikel, voorkomende in de Eerste Afdeeling van het Derde Hoofdstuk, was geregeld, is de materie in de Grondwet van 1887, tengevolge van de politieke gebeurtenissen, welke op de aanneming van het amendement de Beaufort gevolgd zijn, in twee artikelen neergelegd; de wijze van verkiezing is thans in art. 82, voorkomende in de Eerste Afdeeling van Hoofdstuk III, de verkiesbaarheid in art. 90, voorkomende in de Derde Afdeeling van dat Hoofdstuk, opgenomen.

De wet, welke de hooge en gewichtige betrekkingen aanwijst, die men, om voor de Eerste Kamer verkiesbaar

Sluiten