Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolgen heeft gehad, kunnen wij daarlaten. Er is hier eene leemte, die ten allen tijde tot botsing en conflict aanleiding kan geven, en waarin dus, zoo mogelijk, dient te worden voorzien.

Is het doenlijk, de Provinciale Staten ontbindbaar te verklaren? Voorzeker rijzen hiertegen bezwaren:

Waar de wetgever heeft gezorgd — zoo zal men ons tegenwerpen — dat het belangrijkste wiel in ons administratief raderwerk hoogstens om de drie jaren slechts één dag kan stilstaan, is het daar verdedigbaar, om dat wiel stil te zetten van den dag, waarop de ontbinding ingaat tot dien, waarop de nieuw gekozen Provinciale Staten de nieuwe colleges van Gedeputeerden Staten hebben aangewezen ?

Zal zoodoende in de administratie onzer elf provinciën niet eene grenzenlooze verwarring ontstaan ? Hoevele zaken zullen moeten blijven liggen, wier onmiddellijke afdoening noodig is; hoevele wettelijke termijnen zullen moeten worden verwaarloosd, omdat de colleges, die handelend behoorden op te treden, er niet zijn!

En bovendien — zoo zal men verder vragen — is ontbinding der Provinciale Staten ooit gerechtvaardigd ter zake van de hun opgedragen functie der Eerste Kamerverkiezing? Is de gebeurtenis, die tot de ontbinding aanleiding geeft, er niet eene, waaraan zij zeiven niet de minste schuld hebben? Worden hier de kiezers niet naar huis gezonden, omdat in het beleid der gekozenen door de Kroon niet voldoende vertrouwen wordt gesteld?

Wat het eerste bezwaar — het stilzetten der geheele staatsmachine — betreft, gelooven wij, dat het niet moeilijk te ondervangen is. Indien de wet bepaalt, dat de ontbinding der Provinciale Staten eerst ingaat ten dage, waarop de nieuw gekozen Staten samenkomen, dan behoeft voor stilstand in de administratie niet te worden gevreesd. Een soortgelijken toestand, als hier door ons wordt voorgesteld, kennen wij reeds in onze staatsinrich-

Sluiten