Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worde hier aangetoond van hoe overwegend gewicht die grensregeling onder het meerderheidsstelsel voor den uitslag der verkiezing zijn kan:

Twee partijen, A. en B., staan in drie districten tegenover elkander. Partij A beschikt in het geheel over 1250, partij B over 1750 kiezers. Party A brengt in het eerste district uit: 425, in het tweede 475, in het derde 350 stemmen: partij B in ieder district resp. 575, 525 en 650 stemmen. De uitslag is nu in overeenstemming met die, welke zoude zijn verkregen bij zuivere toepassing van het meerderheids-beginsel over het gansche niet in districten verdeelde kiesgebied. De drie candidaten der numeriek sterkste partij zijn gekozen.

Maar gesteld nu, dat de grensregeling in dier voege heeft plaats gevonden, dat de getalsterkte der partijen minder gelijkmatig over de drie districten is verdeeld en partij A in het eerste district 100, in het. tweede 550 en in het derde 600 stemmen uitbrengt, tegen partij B in ieder district resp. 900, 450 en 400 stemmen. In de drie districten zijn dan twee candidaten van partij A, de numeriek zwakste, gekozen, terwijl partij B, die in het geheel over 500 stemmen meer te beschikken had dan hare tegenstandster, slechts één harer candidaten gekozen ziet.

Uit dit voorbeeld blijkt, in hoe hooge mate onder het meerderheidsstelsel de grensregeling der districten van invloed is op den uitslag der verkiezing. Dat hier voor willekeur en partijdigheid de deur wijd openstaat, behoeft wel geen betoog. Maar ook waar deze zijn uitgesloten, schijnt het eene onmogelijkheid om de verdeeling der meerderheden en minderheden onder de kiezers zóódanig over de verschillende districten te treffen, dat zij onder toepassing van het beginsel der absolute meerderheid zou kunnen leiden tot de verkiezing van een aantal candidaten van iedere partij, in juiste verhouding geëvenredigd aan hare getalsterkte.

Gelijk reeds gezegd, tot op zekere hoogte kunnen door

Sluiten