Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 28.

De toekenning der zetels aan de candidaat-leden en candidaat-plaatsvervangers van eenzelfde lijst geschiedt volgens de regelen, bij de vijf volgende artikelen omschreven.

Art. 29.

Wanneer het aantal candidaat-leden van eene lijst gelijk is aan dat der zetels, welke aan die lijst toekomen, zijn die candidaat-leden allen gekozen.

Wanneer het aantal der candidaat-leden grooter is, wordt door het hoofdstembureau het stemmencijfer van elk candidaat-lid vastgesteld, en de candidaat-leden met de grootste stemmencyfers verkozen verklaard. Bij gelijkheid van stemmencijfer beslist de rangorde, naar welke de candidaat-leden op de Ijjst zijn voorgedragen.

Het stemmencijfer van elk candidaat-lid wordt verkregen door optelling van de op hem uitgebrachte bijzondere stemmen en van de lijststemmen, welke hem moeten worden toegekend. De lijststemmen worden toegekend aan het eerste candidaat-lid der lijst, tot een getal, hetwelk, vermeerderd met het aantal der bijzondere stemmen, welke op hem mochten zijn uitgebracht, hem een stemmenaantal doet verwerven, gelijk aan het kiesquotient. Kan hij het kiesquotient aldus niet bereiken dan worden hem alle lijststemmen toegekend. Mochten er lijststemmen overblijven, dan worden deze op dezelfde wijze toegekend aan het tweede candidaat-lid, en zoo vervolgens, naar de rangorde van overdracht, totdat alle lijststemmen zijn toegekend.

Art. 30.

Wanneer het aantal der candidaat-leden van een lijst kleiner is dan dat der zetels, welke aan de lijst toekomen, worden die candidaat-leden door het hoofdstembureau verkozen verklaard. De overblijvende zetels worden door het hoofdstembureau toegewezen aan de candidaat-plaatsver-

Sluiten