Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. BESTRIJDING DER WERKLOOSHEID.

De maatregelen, welke tegen de werkloosheid kunnen genomen worden, zijn doorden heer Mr. J. v. d. Hoek in zijn meergenoemde dissertatie1 .onderscheiden in preventieve en repressieve.

Preventieve zijn dan die maatregelen, welke dienen om werkloosheid te voorkomen; repressieve zijn die, welke de nadeehge gevolgen er van wegnemen, subsidiair, verzachten. Mr. V. d. Hoek spreekt in dit verband ook van armenzorg. Ik zal dat niet doen, omdat, m. i. armenzorg geen middel is, dat behoort bij deze kwaal. Evenmin zal ik mijne lezers lastig vallen met lange vertoogen, dat het toch zoo schoon zou zijn als de deugd der spaarzaamheid in onze dagen wat meer beoefend werd. Niet dat ik met minachting op deze deugd en hare beoefenaren zou neerzien. Integendeel. Maar ik zou vreezen, dat het aanpreeken van deze deugd de arbeidende klasse van den huidigen tijd als bittere ironie zou in de ooren klinken. Nu de maatschappelijke toestanden van dien aard zijn, dat aan een zeer groot deel onzer arbeidende bevolking het noodige ontbreekt, laat staan de gelegenheid, om zich, ter wille der toekomst, eenige uitgaven van min of meerdere weelde te ontzeggen, nu ;aarzel ik niet te constateeren, dat van noemenswaard sparen, althans voor de meerderheid der arbeiders, geen sprake kan zijn. Waarom dan breed uit te meten middelen, waarvan men toch de toepassing niet kan vergen? Wel ontken ik niet de mogelijkheid, dat door een gewijzigden vorm van sparen n.1. door bij te dragen in zieken- en begrafenisfondsen, door te contribueeren aan ondersteunings- en werkloozenkassen der vakvereenigingen,

') t. a. p. bl. 14.

240

Sluiten