Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mode plaats grijpt, of wanneer door nieuwe uitvindingen een bepaald soort artikel in onbruik geraakt.

Ik geef gaarne toe, dat in dergelijke gevallen niet aan allen, daardoor werkloos geworden, een blijvende uitkeering kan worden verschaft. Op den duur is die toestand onhoudbaar. Maar ook hier heeft men niet het recht te generaliseeren en de verzekering in het algemeen, a priori onmogelijk te verklaren.

Dat hier de verzekering niet toereikend zal blijken, is te minder een bezwaar, omdat zij hier ook, gesteld zij ware afdoende, ongewenscht zou zijn.

De geheele zaak zal trouwens een regelmatig verloop hebben. Want, hoe men zich de verzekering ook denke, altijd zal men een termijn moeten bepalen, waarna de uitkeering ophoudt, — zoodat, wanneer dus eene industrie te niet gaat of blijvend vermindert, ook na betrekkelijk korten tijd de uitkeeringen zullen ophouden of verminderen.

Dit alleen kan men zeggen, dat bij de verzekering tegen werkloosheid zich vele moeilijkheden sullen voordoen, bijvoorbeeld, dat het niet gemakkelijk zal zijn, te controleeren of werkloosheid niet het gevolg is van eigen schuld, of vast te stellen over welke werklieden zich de verzekering moet uitstrekken en op welken leeftijd zij moet aanvangen, enz., maar principieele bezwaren zijn dit niet.

Mijns inziens is dus de werkloosheid een gevaar, waartegen verzekering in principe alleszins mogelijk moet geacht worden.

De praktijk heeft dan ook Dr. Raaymakers' theorieën schitterend bevestigd. De werkloosheidsverzekering is op vele plaatsen en onder inwerking van verschillende economische factoren tot stand gekomen. Vooral sinds gebleken is, dat de onderlinge controle der vakvereenigingen een

247

Sluiten