Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekering met gemeentelijken steun te Zürich, terwijl zelfs in 1890 Bazel reeds was voorgegaan met plannen maken. In 1895 volgde St. Gallen, terwijl enkele kantons mede ontwerpen voor verplichte verzekering beraamden. Herhaaldelijk verwierp echter een kantonnaal referendum deze ontwerpen. Intusschen had ook de Bondsregeering niet stilgezeten. Het bleef echter bij bergen papier. Bekend

is, hoe in 1904 aan het parlement ter beoordeeling werden voorgelegd de gegevens door een commissie uit den Bondsraad verzameld. Dit lijvige rapport kwam in 1905 in behandeling, maar tot overeenstemming en tot daden kwam men niet vóór het jaar 1907. In Aug. '07 zijn n.1. door de Zwitsersche regeering bij den Grooten Raad twee wetsontwerpen ingediend betreffende de verzekering tegen werkloosheid. Het eerste heeft de strekking van een staatsverzekeringsinstituut, waarbij de arbeiders zich vrijwillig tegen de geldelijke gevolgen van werkloosheid kunnen verzekeren. Elke loonarbeider tusschen 17 en 60 jaar kan toetreden, mits hij niet trekt uit een particuliere werkloozenkas en minstens 3 maanden in een kanton woonachtig is. De contributie zal afwisselen van 25 tot 60 cents per maand en daarvoor zal na een wachttijd van 5 weken, gedurende acht weken per jaar, van 75 ets. tot f 1.25 per dag worden uitgekeerd. De staat geeft, behalve de inrichtings- en bestuurskosten, voorloopig een jaarlijkschen bijslag van f 15.000.

Het tweede wetsontwerp wil de private arbeidsloozenkassen ondersteunen met procentsgewijzen toeslag op de uitkeeringen.

Denemarken. In dit land, evenals in Noorwegen, waarover hieronder, is het vakverenigingsleven wel het meest ontwikkeld en zeer gecentraliseerd. Van de 200.000 arbeiders in handel en industrie zijn ongeveer 88000 ge254

Sluiten