Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet beter te kunnen doen, dan aan de hand der gegevens door den vader van het »Gentsche Stelsel" zelf verstrekt. In een uitvoerige rede, op 18 April 1904 te Den Haag gehouden, heeft de heer louis Vari.EZ, advocaat te Gent, ons de bijzonderheden omtrent de zoo welgeslaagde poging in de stad zijner inwoning medegedeeld.

Evenals vele andere steden, zocht Gent sedert lang eene oplossing van de vraag der werkloosheid, toen in 1898 door den gemeenteraad eene commissie van onderzoek werd benoemd, om zich met die zaak bezig te houden.

In die commissie dan werd een stelsel van onderstand voorgesteld, te verstrekken aan die werkloozen, die leden waren van vakvereenigingen of deel uitmaakten van een bijzondere spaarkas. Men stelde voor aan die werkloozen, die zich van te voren hadden trachten te wapenen tegen de nadeelen der werkloosheid, van stadswege geldelijke aanmoediging te verleenen, in evenredigheid van de opofferingen, die zij zich persoonlijk getroostten om zich tegen de gevolgen der werkloosheid te beschutten. Zoo de werklooze er voor gezorgd had, dat hij gedurende zijn werkloosheid een uitkeering van een frank daags kon krijgen, zulks doordat hij gespaard had of zich aangesloten had bij een vakvereeniging, dan zou hij van het stedelijk fonds krijgen eene toelage, varieerend naar de ruimte van kas van het fonds zelf, maar tot ten hoogste ioo°/o van de uitkeering, die hij zich zelf had kunnen verzekeren.

Kreeg hij zelf slechts een uitkeering van fr. 0.50, dan zou hij de helft dezer toelage krijgen. Had hij niets gedaan om zich zelf een uitkeering te verschaffen, dan zou hij ook in het geheel geen toelage van het stedelijk fonds ontvangen. »Help u zelve, zoo helpt u God of de Gemeente", zoo was de leus van de instelling. Op die wijze hoopte men een

267

Sluiten