Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

coöperatieve vereenigingen, afdeelingen van R.-K. Volksbond en Patrimonium, arbeiderszang- of tooneelgezelschappen, enz., enz.) en daarenboven nog een spaarfonds. Door het voorlaatst genoemde wijkt dus het voorstel af van het Gentsche stelsel. Is deze afwijking een verbetering? Wij hebben het nooit gemeend en het ernstig verzet, dat er uit vakkringen tegen is opgegaan, heeft ons nog meer in onzen tegenzin versterkt. Het valt niet te loochenen, dat in het subsidiëeren ook van niet-vakvereenigingen een gevaar voor de vakorganisatie schuilt, en dat het groote voordeel der onderlinge controle goeddeels verloren gaat. Waar juist de vakvereenigingen de meest noodzakelijke factor tot welslagen zijn, mogen zij in niets worden tegengewerkt, integendeel dient men het toe te juichen, dat de Gemeente door haar steun aan de werkloozenfondsen een zijdelingsche propaganda voor vakorganisatie maakt. Ook was in het Haagsche adres nog deze afwijking van het Gentsche stelsel op te merken, dat het bestuur van het fonds zou worden toevertrouwd aan een commissie van particulieren. Ook dit is, blijkens de ervaring elders, overbodig. De gemeente heeft alleen te zorgen, dat de door haar gegeven subsidie dooide vakvereeniging besteed wordt, zooals het behoort en zij kan controle uitoefenen op de administratie, zooals zij controle uitoefent op andere door haar gesubsidiëerde instellingen. Hoe minder omslag en hoe meer vrijheid men de vakorganisatie laat, hoe beter voor de resultaten. Kan men deze eigenschappen toekennen aan het Gentsche stelsel en in hoogere mate nog aan wat het Dyonsche stelsel genoemd wordt, het voorstel van de Haagsche Commissie was daarom niet van eenige bedenkelijkheden vrij te pleiten. Maar wat dan te zeggen van hetgeen B. en W. aan den Gemeenteraad hebben voorgesteld? In het betreffend voor-

279

Sluiten