Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stel aan den Raad gedaan') wordt afgeweken van de plannen, welke de Haagsche Commissie aan den Raad voorlegde. H. en W. komen met een eigen stelsel, dat kort en goed neerkomt op een combinatie van het Gentsche met het Noorsche stelsel. Ook zij hebben gestaan voor de vraag: »wat te doen met de ongeorganiseerden?" En hun antwoord is geweest: de vakvereeniging, welke aanspraakmaakt op overheidssteun voor hare werkloozenkas, dwingen ook ongeorganiseerden in hetzelfde vak toe te laten als deelhebbers in het werkloozenfonds, zonder tevens lid te zijn van de vakvereeniging.

Dezen eisch heeft ook de Regeering in Noorwegen gesteld. Maar wat daar misschien mogelijk is geweest — de proefneming is trouwens nog niet afgeloopen — omdat het overgroote deel der arbeidende bevolking georganiseerd is, dat lijkt ons totaal onmogelijk voor plaatsen, waar nog slechts de overgroote minderheid in vakvereenigingen bijeen is, zooals DenHaag. Totaal onmogelijk, omdat zulk een stelsel berust op een ernstig gemis aan inzicht in het vakvereenigingswezen. Men dwingt immers de nog zwakke, met groote bezwaren te kampen hebbende vakvereeniging, haar grootste vijanden als deelnemers in haar fondsen toe te laten. Die grootste vijanden der organisatie zijn de niet georganiseerden, in arbeiderskringen betiteld met: »klaploopers . En dat denken B. en W. klaar te spelen!

I Het betrokken voorstel met de memorie van Toelichting is ingediend g April 1907 en te vinden onder no. 372 van de «Bijlagen van de Handelingen" van den Haagschen Raad 1907. Het reglement voor het Amsterdamsche fonds is opgenomen in het Gemeenteblad van Amsterdam van 1906, volgn. 137, het huishoudelijk reglement van het fonds in het Gemeenteblad van 1907, volgn. 11. Het Gemeenteblad van Utrecht van 1906, nos. 22 en 23 bevat de verorderingen, welke op het aldaar opgerichte fonds betrekking hebben.

280

Sluiten