Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekende sociaal-democraten in deze quaestie heel ver standig en voorzichtig een afwachtende houding aannemen1). Geen wonder trouwens, want voor een regeling door de gemeenten geldt deze praktische overweging, dat dan veel beter rekening kan worden gehouden met plaatselijke omstandigheden en dat de onderlinge controle gemakkelijker tot haar recht komt. Voor een nationale regeling geldt echter, dat niet de eene gemeente boven de ander bevoordeeld wordt, dat de trek van het platteland naar de verzekerende gemeenten niet wordt in de hand gewerkt en dat de leden der nationale vakvereenigingen allen op gelijken voet worden behandeld. Waar intusschen een wetsontwerp voor ons ligt, dat van nationale verzekering niet rept, behoort de boven dit hoofdstuk geplaatste vraag voorloopig nog slechts in de studeerkamer thuis. De praktijk hier en in andere landen zal van zelf wel uitmaken, wat de beste wijze is.

') In »Het Volk" van 17 October 1906 komt een verslag voor van de vergadering der Soc. Dem. gemeenteraadsleden. Daar leidde de Heer spiekman het onderwerp: «Werkloosheids-verzekering" in. Deze in dit onderwerp doorkneede spreker meende ook, dat op den duur het Gentsche stelsel zal moeten losgelaten worden voor het Noorsche: «staatssubsidie aan de landelijke bonden." Maar voorloopig meende hij met eerstgenoemd stelsel, dat op communalen grondslag berust, genoegen te kunnen nemen. En van den Heer Vliegen, die in het debat aan het woord was, haal ik volgende woorden letterlijk aan: »Vliegen-Amsterdam achtte de vraag of staat dan wel gemeente moet steunen, niet zoo eenvoudig. In vele steden is groote werkloosheid zoo goed als onbekend, bijv, in Maastricht en andere fabriekssteden. Scheert men nu alle steden over één kam, dan komt men zoo gauw niet tot verzekering. Toen dan ook onlangs in Amsterdam van vrijz. dem. zijde werd gezegd: de staat moet het doen, hebben wij daaraan niet meegedaan." En de heer Tak achtte op die vergadering niet minder teekenend de quaestie: «Staat of Gemeente" slechts «goed voor een debatingclub."

285

Sluiten