Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaststaat, scheen mij dat onnoodig. Voor de zestiende eeuw heb ik hier en daar plaatsen van den ooggetuige Benninge aangehaald, ter kenschetsing van de waarde van de berichten der kroniek. Zooveel mij bekend was heb ik de litteratuur betreffende verschillende onderdeelen opgegeven. De data zijn door mij opgelost.

Zoo hoop ik den toekomstigen geschiedschrijver van de beroemdste abdij der Ommelanden het pad te hebben geëffend. Daarmede wensch ik niets te kort te doen aan de verdiensten van het boek van mr. J. Nanninga Uitterdijk, Geschiedenis der voormalige abdij der Bernardijnen te Aduard (Groningen 1870), maar er is in verloop van tijd zooveel gevonden en beschreven, dat de geschiedenis der Cisterciensers kan toelichten en waaruit ook voor Aduard veel is te putten, dat de schrijver zelf ongetwijfeld in een nieuwe uitgave veel te veranderen zou hebben !). Maar voordat de geschiedenis kan worden geschreven, dienen de bronnen verzameld. Een nieuwe uitgave van een der hoofdbronnen voor de geschiedenis van Aduard, de kroniek, was dus noodig. Ik heb daaraan als bijlagen eenige onuitgegeven stukken toegevoegd en daarbij een lijst der abten, die tevens als inhoudsopgave der kroniek kan dienen, benevens een lijst der onbekende Aduarder stukken afgedrukt.

\ erder meende ik voorloopig niette moeten gaan, Een algemeene nalezing op Nanninga Uitterdijk was minder met den aard van deze uitgave overeen te brengen: men kan nu eenmaal niet alles in aanteekeningen aan den voet der bladzijde samenkrimpen. Zoo zou over de bouwgeschiedenis, over den handel,

1) Het zegel der abdij, dat tegenover den titel staat, is veel eter afgebeeld in liet Oorkondenboek van Groningen en Drenthe plaat IX no. 2.

Sluiten