Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in pace. Amen." Cujus meritis plurima miracula facta sunt etc. '). Sed redeundo ad vonerabilem dominum Henricum abbatem, scire convcnit quod miraculum maximum, de quo in passione Sancte Barbare legitur, scilicet quod caput cujusdam amputatum sibi loquebatur et ad corpus repositum confitebatur meritis precibusque beatissime Barbare 2), dum cum duobus abbatibus — videlicet abbate do Clarocampo et Floridocampo — ad capitulum pergeret generale 3). Obiit altera die Albini episcopi anno Domini MCCCI +).

Eyboldus abbas decimus tertius.

Eyboldus abbas XII post eum rexit quatuor annis

1) Vgl. over Emanuel van Cremona Van Heussen, llistoria episcopatus Groningensis blz. 44.

2) De Heilige Barbara gold als schutspatrones tegen het sterven zonder absolutie. Bovendien wordt haar passie beschreven als een onthoofding. Waarschijnlijk verklaren beide eigenaardigheden vereenigd het verhaal der kroniek, waaromtrent in het leven der Heilige niets is te vinden. Het is zeker onnoodig er op te wijzen, dat de bovenstaande zin niet goed loopt: de bedoeling is echter wel duidelijk.

3) De Friesche abten behoefden het generaalkapittel der orde slechts om de twee jaar bij te wonen. Zoo werd in 1-198, waarschijnlijk wel om den verren afstand van hun kloosters van Citeaux besloten. („Abbates de Frisia secuudo anno ad capitulum veniant". Statuta capituli generalis ordinis Cisterciensis bij Winter, Die Cistercienser des nordöstiichen Deutschland III, blz. 208.) In 1266 werd hun zelfs toegestaan om de drie jaar om beurten te verschijnen, onder voorwaarde, dat van hen minstens twee zouden op-

, , komen. („Abbatibus Frisiae conceditur auctoritate capituli geneis raWs quod tertio anno vicissim veniant ad capitulum generale, ita taifien quod duo ipsorum ad minus singulis annis venire personaliter non omittant", I. c. III, blz. 231.) Maar in 1321 werden zij weer verplicht jaarlijks minstens twee abten te zenden („Et ideo abbatibus de Dacia et Frisia sub depositionis poena injungitur ut de qualibet praedictarum provinciarum duo abbates veniant quolibet anno ad capitulum, alioquin contra eorum contentum durius procedetur" 1. c. III, blz. 276.)

4) 23 Juni 1301. Onder dezen abt viel dus het geschil over de erfenis van den Aduarder monnik Johannes Pluckrose voor. Vgl. Oorkondenboek N°. 203, 207, 211, 213.

Sluiten